Ik...

... 22 december 2014

... was net op tijd terug om de man die de zoemer van de voordeur zou vervangen binnen te laten. Hij zat al in de auto en wilde weer wegrijden, ik kwam juist terug van school. Ho stop. Hij begreep het, ik zette mijn fiets weg en maakte de deur voor hem open. Hij liet me de nieuwe zoemer zien, precies zo eentje als er in zat, maar dan eentje die het deed. handig, zei ik, dat past precies. Hoef je niet te hakken. Hij ging aan de slag, ik ging naar boven en vroeg hem of hij koffie wilde. Alstublief, zei hij, met melk en suiker. Je moet altijd koffie maken voor mensen die iets aan je huis komen doen, dan doen ze het werk goed en vlot en ruimen ze beter op. Toen hij klaar was testten we de deur. Hij deed het. Hij gaf me de beker terug en liet me een klein thermosflesje zien. Ik neem de koffie mee, zei hij. Hij had hem overgegoten. Later die ochtend kwamen twee mannen een wasmachine bezorgen bij de overbuurman. Een Mexicaanse jongen en een Nederlandse man, en de jongen ging als eerste de trap op en hij had een soort gordel met een haak waarmee hij tilde, handig. Toen ze bezig waren werd bij mij de post bezorgd en kwam de vrouw van het begin van de straat achter de postbode aan met een paar brieven en ze riep: Meneer, meneer!

twitter | facebook

... 20 december 2014

... bleef even staan kijken bij de ijsbaan en dacht: Als er iemand valt dan loop ik door. Dat duurde niet lang. Een jongen viel, heel hard op zijn heup. Hij had pijn maar toen er iemand bij kwam staan stond hij op en schaatste hij door. Ik liep langs de reling, zwaaide naar de kroegbaas, ging de hoek om en door de winkelstraat. Er was een Bristol, een juwelier, een tweedehands boekenwinkel, een winkel voor schoenen en een telefoonwinkel. In die laatste winkel hadden ze geen vervangende SIM-kaarten, mijn zoon moet zoiets hebben. Het motregende, het was echt vies. Ik liep terug via het water, langs de boulevard. het water stond hoog, de eerste strook gras helemaal onder water en een deel van de trappen ook. Op de dijk zag ik dat de rivier ook hoog stond, en in de uiterwaarden waren de paadjes van modder nu. Ik stak over. Ik liep langs de omroep. Er zaten een paar mensen achter de bureau’s, in een vrij kale ruimte. Ik ging zelf ook weer aan het werk. Die duizend woorden die ik per dag zou schrijven waren te weinig en ook met vijftienhonderd was ik nog niet klaar. Die dag schreef ik er 2.800 en de dag erop 2.100 en ik had op die dag nog een uur over en schreef gewoon verder en de dag erop schreef ik er 2.400. Ik dacht aan de ijsbaan. Soms moet je stoppen, soms moet je door gaan.

twitter | facebook

... 19 december 2014

... las de laatste roman van Willy Vlautin, The Free. In vertaling, zojuist verschenen bij Meulenhoff: Vrij. Het is een indrukwekkend boek, vooral omdat het hyperrealistisch is en er toch ook stukken überfictie in zitten, bijna science fiction, wanneer de jonge soldaat Leroy met geheugenproblemen fantaseert wat er gebeuren kan wanneer mensen die aan het leger proberen te ontkomen een groen teken op hun huid ontwikkelen en opgejaagd worden en dienen te worden uitgeroeid door een militie die zich The Free noemt en die haar naam op muren schrijft en bloedbaden aanricht. Een heftig en contrasterend hard verhaal vergeleken bij andere stukken die zeer allerdaags zijn, maar niet minder mooi.

Eigenlijk is ‘Vrij’ een rare titel, want het gaat om ‘The Free’, dat is iets heel anders maar een goed Nederlands woord weet ik er ook niet voor. De passages vanuit de gedachten van Leroy staan cursief gedrukte. Normaal gesproken leest cursief gedrukte tekst heel slecht als het langer dan zes regels is, de tekst van Vlautin leest toch heel goed en is werkelijk beklemmend. Ik moest bij die stukken vaak aan The Road van Cormac McCarthy denken. Dat is een compliment.

Naast Leroy, die in een ziekenhuis ligt na een mislukte en zeer onhandige en desperate zelfmoordpoging, dwarrelen er nog twee figuren door de roman.: Pauline, die voor de zieken zorgt, en voor haar gestoorde maar toch aandoenlijke vader, en voor een meisje dat zich Jo noemt en drugsprobleem heeft. Verder is er Freddie, misschien wel het beste karakter. Hij heeft twee banen, in een verfwinkel en als nachtwaker bij de zieken van Pauline. Hij is zijn dochters krijtgeraakt en heeft geldproblemen omdat een van de meisjes problemen had met haar heupjes. De ziektekosten waren zo hoog dat hij een schuld van tachtig duizend dollar heeft, zelfs met twee banen niet kleiner te krijgen. Misschien biedt een wietplantage in de kelder uitkomst, Freddie rolt er zo maar in, hij moet wel. Als hij de kans zich voordoet dat hij zijn dochters wellicht weer terug kan krijgen, omdat zijn ex het bij haar nieuwe man ook niet uithoudt, vraagt hij de baas van de verfwinkel om een lening, en de baas zegt: Dat is ons beleid niet. Terwijl de winkel bestaat uit Freddie die al het werk doet en de baas die naar evangelische radio luistert. Freddie wordt geleefd, de baas heeft het geld en omarmt de moraal. Dat is Vlautins boodschap, die tweedeling. De kanslozen versus de heiligen die wegkijken als het erop aan komt.

Als je leest over Pauline die haar vriendin en patiënt Jo gaat zoeken en Leroy die met zijn Jeanette vlucht voor The Free en Freddie die plannen maakt om zijn leven weer op poten te krijgen, liefst met zijn dochters, dan wordt je keer op keer de adem afgesneden. De bijfiguren zijn ook sterk, de mevrouw van de donutswinkel, de moeder van Leroy, de vader van Pauline. Die laatste is gek en heeft zijn dochter heel veel pijn gedaan door zijn onbeholpen gedrag en toch houdt hij van haar en omgekeerd ook. Als ze haar vader zo ver krijgt om een pizaa te gaan eten zegt hij: Ze hebben de saus veranderd. Er is niks veranderd natuurlijk. En later zegt hij dat ze eigenlijk al lang kinderen had moeten hebben. Pauline is dan zo boos dat ze wegloopt, naar de auto. De vader volgt haar het parkeerterrein op maar hij ziet haar niet en staat daar verloren tussen de auto’s. Een vreselijke man, maar plots maakt Vlautin hem weer klein en weerloos.

Het land van de onbeperkte mogelijkheden is in dit boek hard en stug en meedogenloos. De mensen die in deze setting proberen elkaar te steunen verdienen precies de aandacht die Vlautin ze geeft.

twitter | facebook

... 18 december 2014

... had weer eens vertraging omdat er iemand voor de trein was gesprongen, dit keer niet op het traject naar Arnhem maar bij Abcoude. Alles lag stil. Ik moest via Hilversum naar Utrecht. Dat schoot nog niet op want de treinen die daar aan zouden moeten komen konden er in Abcoude ook niet langs. Ik ging in Utrecht maar een kopje koffie halen. Niemand wist op welk spoor de trein naar Heerlen kwam, die kon ik nemen, of de trein naar Maastricht. Dat is bijna hetzelfde. Dan weer dat perron, dan weer dat perron, gekkenhuis. Rennen. Ik was moe, ik wankelde op de roltrap, merkte ik. Eerst die koffie opdrinken en dan een trein pakken. Dat was een goeie tactiek. Ik bleef gewoon op een perron wachten en toen kwam er een trein aan en ik had een stoeltje alleen, achter een deur. Waarom stoppen ze eigenlijk als er iemand voor de trein springt? Dat vroeg ik me af. Het zal wel beschaafd zijn. Gewoon doorrijden. Het anonieme leven van die mensen gewoon voortzetten. Of is dat hard? Een trein hoeft toch helemaal niet te stoppen? Gewoon doordenderen en even toeteren zodat de mensen in de trein weten wat die klap was. Of omroepen. Dat doen ze tegenwoordig graag, alles omroepen, en ook op alle borden komt meteen te staan: Aanrijding met een persoon. Om zichzelf vrij te pleiten natuurlijk, want die man of vrouw stopt niet de trein, dat doet de NS zelf. Niet meer doen, gewoon doorrijden met dat ding! Ik werd weer wat rustiger toen ik een brug over reed. Ik dien tegenwoordig claims in om mijn geld terug te krijgen. Ongeveer de helft van alle treinreizen krijg ik geld terug. Dat stelt wel wat gerust. Soms wacht ik tot er echt een uur verstreken is, een uur te laat bedoel ik, en dan check ik uit, als ik bijvoorbeeld een metro moet pakken of een stoptreintje. Als dat even een paar minuutjes wachten is dan krijg ik alles terug in plaats van de helft. Die man of vrouw die bij Abcoude voor de trein sprong, daar dacht ik niet meer aan, die had al aandacht genoeg gehad.

twitter | facebook

... 17 december 2014

... had een zieke zoon thuis, hij lag op de bank. Hij had hoofdpijn en slecht geslapen. Om vier uur was hij wakker geworden en toen kon hij niet meer slapen, dus toen ik hem wakker maakte was hij moe en zag hij bleek. Nu lag hij op de bank met zijn tablet, spelletjes doen. Als je echt ziek bent kun je geen spelletjes doen, zei ik, maar ik wist wel dat er echt iets was, hij was helemaal slap. Buiten hoorde ik de kinderen van de school zingen. Ik ging de afwas doen en keek naar de meisjes, het waren allemaal meisjes. Een van hen had lange blonde krullen, ze droeg een blauwe ski-jas met een oranje V erop. Zij zei de anderen wat ze moesten doen, de meisjes met roze mutsen, eentje met een donkere huid, eentje heel klein en verlegen met een dikke sjaal om. Jij hier en jij hier en jij hier, gebaarde ze en ze zette alle meisjes netjes in een rij en ging zelf voorop staan. Ik kende het spel niet. Het was tien over tien en ik had de vijftienhonderd woorden die ik die dag zou schrijven al geschreven. Ik deed nog wat andere dingen, lezen en schrijven, en luisterde naar muziek uit Mali.

twitter | facebook

... 16 december 2014

... ging een kerstboom halen. Het was zaterdagmiddag. We fietsten naar de Praxis. Het was niet druk in de winkel, buiten bij de kerstbomen was het wel druk. twee jongen in rode truien hielpen de mensen met hun bomen, ze zaagden en deden netten om de bomen, met een handig apparaat. Mijn zoon wist niet wat voor kerstboom hij wilde, als het maar een grote kerstboom was. Ik wilde graag een boom met een kluit, niet een boom die afgezaagd was. Bomen met een kluit zijn zwaarder en duurder. Binnen zochten we een boom uit, voor vijfentwintig euro. Het was en mooi boompje. Mijn dochter koos een rode piek en mijn zoon zocht er rode kerstballen bij, een plastic emmertje vol. Ook nog een zilveren slinger. Lichtjes had ik al, en ook nog wat sneeuwpopkerstballen en zilveren balletjes die kunnen rinkelen en en andere prulletjes. Ik zette de boom om het rekje voorop mijn fiets, iets schuin zodat ik er langs kijken kon. Het fietsen ging soepel en thuis zetten we de boom in een nieuwe zwarte emmer, die we ook gekocht hadden. Mijn kinderen tuigden de boom op, wij keken toe.

twitter | facebook

... 15 december 2014

... drukte op de bel, beneden, en toen mijn dochter door het raam keek wees ik haar de kraai die midden op straat chips uit een zak probeerde te pikken of te schudden. Ze hadden de kraai al gezien, door het andere raampje. Dat gordijn was weggeschoven. Mijn zoon lag op de radiator. Hij had een lome zondag na een drukke zaterdag met discofeest als afsluiting. Ik had de scholengids van het Parool gehaald. Daarin staan de middelbare scholen met cijfertjes die er echt toe doen (hoeveel leerlingen) en beoordelingen die me niet zo veel zeggen (een 6,7 of een 6,9). Zo leerde ik dat het Gerrit van der Veen, dat bekend staat als een kleine school, helemaal niet zo veel kleiner is dan het Spinoza, dat bekend staat als een grote school. Ik las de rest van de krant. Er stonden interviews in over mensen met humor en in de bijlage een jongen die wel eens op tv komt, en hij zei: Ik leef op onrust. Onbegrijpelijk dat mensen dat vertellen, onbegrijpelijk dat iemand zoiets opschrijft, onbegrijpelijk dat er een kop van gemaakt wordt en onbegrijpelijk dat mensen dat lezen of willen lezen. Nog geen kwartier nadat ik de krant had gekocht lag hij bij het oud-papier, op de scholenbijlage na. Ik las een stukje in een roman, een hele mooie, van Willy Vlautin.

twitter | facebook