Mijn dochter en haar vriendinnetje kwamen aanzetten met roze bloemen. Hadden ze geplukt van de bomen die om de speeltuin staan. Niet meer doen hoor, zei ik. Geen bloesem plukken. Mijn dochter zei: Maar de Fransen doen dat ook. Ze wees twee meisjes in nette kleren na, meisjes van de Franse school die de speeltuinLees meer »

Peter blijft achter in de hal van het station, eigenlijk meer een brede tunnel. Hij loopt de andere kant op, het station uit, maar als hij buiten komt ziet hij alleen kantoorgebouwen en een leeg plein daarvoor. Hij loopt weer terug. Bij de boekwinkel bekijkt hij de kranten. Er komt warme lucht uit een roosterLees meer »

Ik wees mijn vriend op de schroeven die dwars door het voetje van het schemerlampje waren gejast, zo vast aan de bar, een stuk of vijf van die lampjes met lampenkapjes en franjes en achter de bar drie vrouwen: de oudste en de jongste en tante Poes die boven de wc doet en die metLees meer »

Bij een vriendinnetje van mijn dochter lag in de hal een mooi klein boekje waar op stond: Pulitzer Prize. Ik onthield de naam van de schrijver en de titel en bestelde de vertaling van het boekje: Kwikzilver van Paul Harding. Het origineel heet Tinkers. Dat zijn ketellappers, rondreizende verkopers. Ketellapper is een veel mooier woordLees meer »

Mijn dochter vertelde me dat haar cavia verdronken was. Ik had haar een paar dagen niet gezien en het was maandag, ze kwam uit school en samen met haar vriendin en het broertje van haar vriendin liepen we naar de speeltuin twee blokken verderop. Hoe is dat gebeurd dan? vroeg ik, maar ik had alLees meer »

Net na Den Bosch is een kaalgevreten stukje grond met gaas erom waar kleine paardjes lopen en midden op dat stukje grond staat een elektriciteitsmast. Hij steekt heel hoog de lucht in en er hangen natuurlijk van die kabels aan: een kant op lopen ze naar beneden, naar een omheind schakelstation en de andere kantLees meer »

Vanaf de snelweg zag ik heel veel roofvogels. Ze zaten op takken, op heiningpaaltjes, ze vlogen door de lucht met hun vleugels stil. Ik weet de namen van al die soorten niet, alleen valk en buizerd en sperwer, en er zaten hele grote vogels bij, veel groter dan een buizerd. Duitsland zit vol met roofvogels.Lees meer »

Ik keek naar de boom die achter het hek stond. Ik stond op doel. Mijn zoon schoot ballen op me af en toen wees hij opeens omhoog. Kijk naar die boom. Een bal in de boom. Ik zag een witte bal tegen de stam gedrukt zitten, hij zat vastgeklemd met een heel klein zijtakje. EnLees meer »

Mijn dochter zegt vaak: Ik zit op turnen. Dat is ook zo. Ze zit op turnen. Ik kan me herinneren dat ik op de lagere school een opstel schreef over mezelf, over wat ik leuk vond en graag deed, hobby’s en zo, en ik schreef: Ik zit op voetbal. De meester streepte het door. HijLees meer »

Het donkerste weggetje van Amsterdam, zo noemt mijn dochter het smalle weggetje van de voetbalclub tussen andere velden en de schooltuinen door waar we soms fietsen als het al laat is en ze eigenlijk naar bed moeten. Er staat geen enkele lantaarnpaal. Ze zingt liedjes als ze voorop de fiets zit, maar daar niet inLees meer »

Volgende pagina »