Ik...
20 mei 2013
... kende een meisje dat bij de supermarkt werkte. Ze lieten haar alleen het schap met toiletpapier bijvullen, dat kon niet kapot vallen. Verpakte vleeswaren mocht ze ook doen, en de pasta. Geen flessen of potjes. Ze had al drie keer de mop met het karretje moeten halen. De manager zei: Soms maakt een mens vergissingen. Zij was zo’n vergissing. Haar deze zomer aan te nemen was een vergissing. Maar ze was niet gek. Ze zei: Dan ga ik maar. En ze liet de stalen kar met pleepapier en keukenrollen in plastic verpakkingen staan, trok haar witte jas uit, gaf die aan de manager en liep de winkel uit. Ze fietste door het dorp. Het was niet warm en toch fietste ze door de polder naar de zandafgraving die beschut werd door struiken en daarachter een rij hoge populieren en waar op mooie dagen gezwommen werd. Drie jongens zaten op het grasveld, verder was er niemand. Een van de jongens had een tatoeage van een spinneweb op zijn elleboog. Een andere jongen droeg een pet. De derde jongen vroeg haar of ze er bij kwam zitten. Goed, zei ze. Misschien konden ze aan haar zien dat ze net haar baantje kwijt was, want die derde jongen vroeg haar wat er was. Wat is er? Hij zag het aan haar. Ze zei: Ik ben weggelopen bij mijn werk. Die baas was een lul. Nou, zei hij, goed dat je weg bent daar. De jongen met het spinneweb vroeg haar of ze wat wilde drinken. Ze kende hem we wel uit het dorp maar ze wist zijn naam niet. Cola, zei ze. Ze hadden cola en bacardi en bier. Ze wilde alleen cola.
19 mei 2013
... reed over de A27 naar het zuiden en de regenwissers van de bus piepten over de voorruit, ik zat helemaal voorin, de buschauffeur hield zijn rechterhand om de dop van een thermosfles die omgekeerd op het plateau stond waar je muntjes op kunt leggen, je kunt hier nog gewoon met muntgeld betalen, en in de dop zat hete thee, er kwam damp vanaf, en ik keek naar het natte asfalt en naar de grauwe lucht en de weilanden, en op de radio werden de fileberichten voorgelezen door een mongool, of een man die een mongool nadeed, en daarna door een Japanner, of een man die een Japanner nadeed, het was een treurige uitzending met een lachband eronder en harde muziek tussen de fileberichten door, de chauffeur floot de deuntjes mee en nam soms een slokje thee, en ik kon nog net horen dat er op de snelweg ter hoogte van Gorinchem acht kilometer stond en ik was blij dat ik een bus eerder had genomen, dan kwam ik zo ongeveer op tijd aan, en de file was inderdaad lang en op een paar stukken schoof de bus erlangs en toen kwamen we bij de brede rivier en passeerden we de bogen van de brug, twee stuks.
18 mei 2013
... wachtte bij mijn fiets tot het vriendje van mijn zoon zijn basketbal aan zijn moeder had gegeven. Hij stuiterde er onafgebroken mee en het dreunde en het deed pijn aan mijn oren en praten was amper mogelijk, zijn moeder werd er gek van en ik zei dat dat ding niet mee mocht, en nu achterop die fiets jij, en geen grappen. Dat deed hij, met een pruillip. We fietsten door de stad, mijn dochter naast me, slingerend. Ik haalde andere mensen van school in, een bakfiets met daarin een meisje dat bij mijn zoon in de klas zit en een jongen die bij mijn dochter zit, daar zit ook vier jaar tussen. Bij de Ferdinand Bol zei ik tegen mijn dochter dat ze even moest stoppen want er kwamen mensen aan over de stoep en die mogen voor. Ze fietste gewoon door. De man die voorop liep had een wandelstok in zijn hand. Mijn dochter trok haar schouders op en wurmde zich tussen de mensen door. Ze deed het goed, wel wat brutaal, maar dat is Amsterdams en ze is nog maar vijf, kinderen van vijf denken alleen aan zichzelf, vaak dan. De oude man glimlachte naar me en stak even zijn wandelstok omhoog. Bij de markt haalde ik haar in en ik zei dat ze wel moest luisteren anders is het snel klaar met dat fietsen. De jongen die bij mij achterop zat zei: Ja, je moet wel luisteren, kleintje.
17 mei 2013
... liep naar de voorste taxi en hoorde achter me iemand zeggen: Ga jij maar voorin zitten, jij bent lang. Ik was inderdaad de langste en ik wilde niet moeilijk doen of ongepast bescheiden, dat doe ik niet meer, dus ik ging gewoon voor in de taxi zitten, naast de chauffeur die oud was en een mooi gestreken overhemd droeg en een oordopje in had. Hij zei niks. Ik keek naar de gebouwen die naarmate we het vliegveld naderden steeds grauwer en bouwvalliger werden, op een paar daken lagen voetbalveldjes van beton met hekwerken van gaas er omheen en bouwlampen op de hoeken, en toen was daar de snelweg en zag ik alleen nog maar flatgebouwen. De chauffeur zette ons af bij de verkeerde terminal, daar kwamen we later achter. We moesten een heel stuk lopen onder een overkapping. Achter me duwde een vrouw een bagagekar over de betonplaten, de wieltjes tikten tegen de randen die tussen de platen zaten, ik liet haar voor en ze zei gracias. Toen waren we bij de douanecontrole waar ik net als toen ik hier aankwam mijn duim op een plaatje moest drukken en er werd een foto van me gemaakt. De man van de douane moest de camera hoger richten, ik was langer dan de meeste mensen hier. Toen was de tassencontrole. Ik hoefde mijn laptop niet uit de tas te halen, ik hoefde niks uit mijn broekzakken te halen, het was heel relaxed. Aan de bar bij gate 20 dronken we flessen bier en wachtten we tot die kist vertrekken kon.
16 mei 2013
... kwam een schrijver tegen op de kade, hij zag me niet. Ik stak mijn hand op, hij zag me nog steeds niet. Hij keek recht voor zich uit. Hij trapte hard. Pas toen ik hem met opgestoken hand passeerde zag hij me en draaide hij zich om en riep hij: He Jan! Ik zwaaide nog even, hij was al een eind doorgereden. Ik was verbaasd. Schrijvers moeten om zich heen kijken. Ze moeten dingen zien. Deze schrijver is een hele goeie schrijver maar op dat moment zag hij niks. Vreemd. Hij zou nooit over deze fietstocht kunnen schrijven, of dan alleen over dat hij mij niet zag en ik hem wel, en dat is een belangrijk verschil. Of was hij juist even weg van het schrijven? Even gewoon fietsen? Dat is ook prettig. Ben ik een vakidioot? Niet altijd. Ik fiets ook wel eens door de stad zonder iets te zien. Dan heb ik haast of voel ik me niet lekker. Dat is jammer, vooral omdat de dingen om je heen er niet meer zijn. Ze verdwijnen gewoon. Er is alleen de weg voor me. Met schrijven kan dat niet. Ik schrijf echter wel graag over mensen die alleen de weg voor hen zien, verder niks. Dan geef ik zelf wel de dingen aan die zij niet zien. Dan schrijf ik in de derde persoon enkelvoud. In de ik-vorm schrijven is erg moeilijk omdat zo’n verteller, die tevens personage is, soms niks ziet want er valt veel weg, maar dat is ook mooi. Tunnelvisie. Rechtlijnigheid. Wazigheid. Maar dan moet je als schrijver wel de rest kunnen zien, de dingen die hij mist. En die niet opschrijven maar wel een rol laten spelen.
15 mei 2013
... zette mijn fiets tegen de vuilnisbak en ging de winkel in. Er zaten drie meisjes in de gang tegenover de bakker. Ze hadden een hondje bij zich aan de lijn. Ik floot en het hondje keek op. Het was een langharige Jack Russell. De meisjes zeiden: Hij luistert nooit, maar nu wel. Ik zei dat ze moeten fluiten, hondjes luisteren altijd naar mensen die fluiten. Dat zouden ze doen. Het was druk in de winkel. Ik kocht heel veel eten. Een vrouw bij de groentes vergiste zich in het karretje, ze nam de mijne mee maar toen ze de zakken pasta zag zette ze het karretje terug waar hij gestaan had en nam ze haar eigen karretje. Wil jij dat eten koken? vroeg ik. In mijn handen negen paprika’s in plastic verpakkingen van drie. Ze zei dat ze geen zin had in pasta, en zeker niet in zo veel pasta. Ik kocht tien zakken. Bij de kassa gooide ik alles op de band. Twee tassen vol. De basilicum stak uit de tassen. Ik wilde briefgeld geven. Het meisje zei: Alleen pinnen. Dat kon ook. Toen ik de winkel uit ging zaten de meisjes met het hondje niet meer in de gang. Het regende niet meer, het waaide wel flink. Met een tas aan het stuur en de andere tas achterop reed ik de straat uit. Ik was voorzichtig bij het kruisen van de tramsporen die op het kruispunt in alle richtingen de bocht om gaan.
14 mei 2013
... twijfelde of we het veld af moesten gaan of dat we door konden spelen want boven de trekvaart hingen donkere wolken maar die kwamen niet echt dichterbij, ze schoven over de andere voetbalvelden naar het zuidoosten en de bliksem kwam plotseling en niet lang daarna klonk de donder, het was niet ver weg, en de regen viel eerst zachtjes en daarna heel hard, en het was wel in orde, de jongens die op het andere kunstgrasveld stonden moesten waarschijnlijk wel de kleedkamer opzoeken, wij speelden door en we moesten blijven bewegen want het koelde flink af en al snel riep er iemand dat we het winnende doelpunt zouden doen en zelfs daar kwamen we niet aan toe, we waren moe, we wilden ook gaan douchen en de kantine opzoeken, en toen we het gewone veld schuin overstaken was het gras doorweekt en lagen er plassen bij de kantine waar het laagste punt is, en later op de avond toen ik naar huis fietste was het droog en waren de wolken allemaal verdwenen en was de lucht die nog zwaar van de regen en de avond was kalm op een brommer na die bij de Berlagebrug het stoepje op wilde naar vergat af te remmen of zijn stuur wat op te tillen en de jongen viel en rolde over het fietspad door een plas en toen ik stopte en hem vroeg of het wel ging zei hij alleen dat zijn broek nat was, en verder was er niks.