Indrukwekkend werd het pleidooi van Jan Terlouw genoemd dat hij afgelopen week op televisie hield. Het was eerder kinderlijk naïef.
De kern van het verhaal: het vertrouwen moet terug. Vertrouwen in de mensen onderling, en vertrouwen in de politiek. En vooral politici moeten dat doen, samen met de mensen.
Terlouw (85) herinnerde de kijkers eraan dat er in zijn tijd touwtjes uit de brievenbussen hingen. Iedereen liep bij elkaar naar binnen. Dat was vertrouwen. Ik heb die tijd ook meegemaakt. De achterdeuren in mijn Brabantse dorpje waren open, je liep zo bij elkaar de keuken in. Het was heerlijk, maar het kan niet meer. Ik had willen schrijven: Het kan helaas niet meer, maar dat ‘helaas’ laat ik achterwege, en dat gaat niet om vertrouwen, het gaat om de realiteit. Daar zit geen ‘helaas’ bij. Iemand die in deze tijd zijn achterdeur open laat of een touwtje uit de brievenbus laat hangen geeft geen blijk van vertrouwen, die heeft zijn verstand verloren.
Bij Jan Terlouw hangt er al heel lang geen touwtje meer uit de brievenbus en hij zal dat ook na zijn sentimentele optreden in DWDD niet herstellen. Anderen moeten eerst. Politici moeten het goede voorbeeld geven, zij werden direct door deze oud-politicus aangesproken. Smekend haast: wees nou integer! Wees goed voor de mensen, voor jouw mensen, dan komt alles in orde.
Ik kan verklappen: dat gaat niet gebeuren. Politici zitten met een dubbele pet op in die bankjes en tegenwoordig staat die pet achterstevoren. Op geen enkele manier blijkt dat zij hun bestuurlijke werk als volksvertegenwoordigers voor anderen doen, voor het volk dat ze vertegenwoordigen. Ze doen dat werk vanuit ijdelheid, voor hun cv, voor zichzelf. Dat was vroeger ook al zo, en toen leverde deze baan respect op, en aanzien. Maar dat bestaat niet meer en vooral moderne politici hebben veel moeite met de veranderende rol die de moderne burger speelt: die luistert niet, die roept. Vaak zullen politici zich trekpoppen van het electoraat voelen.
En wat doen die gewone mensen, naast roepen? Die monteren een extra slot op de deur. Ieder zijn eigen plek, zo maar ergens binnenlopen, dat moet je niet doen, dat schendt de privacy. Ze slaan je zo de deur weer uit. Trouwens, zo maar iemand binnenlaten doe je ook niet. Ik leer mijn kinderen dat als de deurbel gaat, ze eerst uit het raam moeten kijken, schuin naar beneden, naar de voordeur, om te kijken wie er is. Dat touwtje is de blauwe knop die de zoemer beneden bedient. Of het nou iemand is die ons iets wil aansmeren, van goede doelen tot abonnementen, of de loodgieter of een pakje of iemand voor de buurman van boven, eerst moet je weten dat het zo iemand is, daarna bepaal je of je daar zin in hebt en of je op die zoemer wilt drukken.
Natuurlijk zullen politici het verhaal van Terlouw onderschrijven. De mensen moeten hen weer vertrouwen, dan kunnen we het allemaal oplossen. Minder roepen, meer luisteren. Rust. Een blik op de eigen rol is er echter niet bij.
Ook heel veel burgers zullen dit verhaal onderschrijven, die willen graag dat de samenleving verandert, minder hard, persoonlijker, liefdevoller, dat we weer over straat kunnen. Dat zijn dromers. Deze mensen willen touwtjes uit de brievenbus, overal in de straat, maar voorlopig even niet uit de eigen brievenbus. Touwtjes. Binnenlopen. Loop bij anderen binnen en de harmonie van weleer is hersteld. Loop bij die fantasten binnen en ze bellen gillend 112.
Schattig toch wel, die oud-politicus en kinderboekenschrijver die met een blik vol in de camera zijn verhaal deed, bijna met tranen in zijn ogen. Als een koning die het volk en diens bestuurders toesprak. In zijn eigen Koning van Katoren moest een puber zeven lastige opdrachten volbrengen om de chef te worden, Terlouw roept vijfenveertig jaar later enkel om vertrouwen. Een toverwoord.
Vertrouwen ontstaat echter niet door een oproep, vertrouwen bouw je op. Langzaam. Het enige waar Terlouw voor moet zorgen is dat hij zelf te vertrouwen is, voor mensen in zijn omgeving. Al het andere is ijdelheid, moralisme, idealisme, een leeg vat, een jeugdboek.
Opvallend in het betoog van Terlouw was de handdruk. Als er tegenwoordig iets geregeld moet worden dan gaat er meer tijd in contracten en juridische afspraken zitten. Terlouw noemde het bouwen van een brug: daar werken tegenwoordig meer juristen aan dan ingenieurs. Punt is dat de mensen in de buurt van zo’n brugproject vroeger niks te zeggen hadden. Ze hoorden van die plannen, de ingenieur bedacht het, die brug kwam er, de mensen konden niks tegen die plannen inbrengen. Geen inspraak, geen jurist nodig. Dat is nu anders. Mensen zijn mondig en nemen hun recht. Willen jullie een brug langs mijn tuin, prima, maar dan wil ik er wat voor terug. Dat heeft niks met vertrouwen of wantrouwen te maken, alleen met een andere tijd. Roepen in plaats van luisteren. Terugverlangen naar die tijd is een stap doen uit onze tijd.
Politici en gewone burgers die de touwtjes weer terug willen uit de brievenbussen kunnen hier heel eenvoudig een begin mee maken: beloftes doen, je aan de afspraak houden, leveren, volgende afspraak maken, en vooral: de ander om reflectie vragen en dat accepteren.
Dat gebeurt nu niet. Beloftes zijn leeg, afspraken tellen alleen als het de mensen uitkomt, leveren hoeft soms niet, kritiek wordt niet aangenomen. De Rijdende Rechter draait hierop. In de tijd van de touwtjes hadden we geen rechter nodig. Tegenwoordig wil niemand een deal aangaan met enkel een handdruk. Voor je het weet sta je op tv, met je buurman. En aan wie ligt het? Aan de ander natuurlijk.
Terlouw roept de politici op integer te zijn. Zij moeten vertrouwen opwekken, dan zullen de mensen volgen. Je kunt evengoed wielrenners oproepen zonder doping de Tour de France te gaan rijden. En eigenlijk roept hij indirect de mensen op het vanzelfsprekende voornemen van de politici te geloven integer te zullen zijn, want deze geluiden gaan na dit tv-pleidooi de media overspoelen. Zoals het wielerpubliek gelooft dat het complete peloton nu werkelijk clean is, ook al weet iedereen dat het niet zo is. Een ideaal gebaseerd op lucht.
Je kunt alleen naar jezelf kijken.
Ik weet niet hoe het met Terlouw zit, ik weet niet hoe het met politici zit en van de meeste mensen weet ik niks. Ik weet alleen wat ik leveren kan, daar heb ik vertrouwen in en daar hebben hopelijk anderen vertrouwen in. Als die anderen niet tevreden zijn of als ik niet lever wat van me verwacht wordt, dan geef ik hen het vertrouwen dat te melden. Juist om dat vertrouwen gaat het: de ander de ruimte laten om mij te beoordelen. Geen fictief vertrouwen waartoe een ander als eerste maar een aanzet moet geven, het is een constant aftasten en waarmaken en opbouwen.
Ook weet ik met wie ik afspraken kan maken en met wie niet. Ik weet bij wie er voor mij een touwtje uit de brievenbus heeft hangen. Ik werk vaak zonder contract, afspraken staan in mailtjes, en juristen zijn er nog nooit aan te pas gekomen. Ik geef die handdruk, maar ik geef hem slechts één keer. Wordt het vertrouwen geschonden dan kan geen politicus of idealist of gewone man daar iets aan doen, dan kan ik alleen mijn lijn trekken. Dan zeg ik dag, maar geen tot ziens.

Jan van Mersbergen

38 Responses to “touwtjes uit de brievenbus”

Jan van Mersbergen