Ik had veel gehoord over De ondergrondse spoorweg – goeie recensies, een plekje in de boekenclub van Oprah en zelfs dat Obama het boek meeneemt op vakantie, zijn diensttijd zit er immers bijna op. Dus zocht ik een fragment en las.
Handig, die leesfragmenten. Ze worden door uitgeverijen op websites geplaatst om lezers enthousiast te krijgen voor de boeken, de bestelknop is nooit ver weg. Bij sommige romans kun je echter beter zo’n fragment achterwege laten, het geeft de oplettende lezer de mogelijkheid door de hype heen te prikken.
Wat me namelijk meteen opviel: de vreselijke, bijna ambtelijke manier van uitdrukken. Voorbeeld:

‘De verstikkende lucht in het ruim, de troosteloosheid van het opgesloten zijn en het gegil van degenen die aan haar waren vastgeketend brachten Ajarry tot waanzin. Vanwege haar jeugdige leeftijd vierden haar bewakers hun lusten niet onmiddellijk op haar bot, maar uiteindelijk sleurden enkele van de meer doorgewinterde matrozen haar zes weken na de afvaart het ruim uit. Tweemaal probeerde ze tijdens de overtocht naar Amerika zich van het leven te beroven, één keer door zich van eten te onthouden en later door een poging zich te verdrinken. Beide keren wisten de matrozen, die alle listen en lagen van hun have kenden, haar plannen te dwarsbomen. Ajarry haalde de reling niet eens toen ze probeerde overboord te springen. De deerniswekkende aanblik die ze bood, herkenbaar van duizenden slaven die haar waren voorgegaan, had haar bedoeling verraden. Van top tot teen geketend, van top tot teen, in exponentiële ellende.’

Met woordcombinaties als ‘degenen die aan haar waren vastgeketend’ en ‘vierden de bewakers hun lusten niet onmiddelijk op haar bot’ en ‘beide keren wisten de matrozen haar plannen te dwarsbomen’ en ‘lagen van hun have’ en ‘de deerniswekkende aanblik die ze bood’ wordt het vertellen er niet soepeler op. Mijn criterium is heel eenvoudig: als iemand zo tegen mij praat, pagina’s lang, dan haak ik af. Je kunt het literair vinden, ik vind het erg vermoeiend. Het is alsof Sjakie van Flodder mij een verhaal over slaven in Amerika vertelt, maar dan zonder de ironie die bij het mooie en goed uitgedachte personage van Sjakie hoort.
Bij dit soort analyses krijg ik vaak te horen dat het aan de vertaling ligt. Op Amazon kun je het origineel lezen, en ik moet zeggen, de vertaler heeft knap werk geleverd want hij heeft zich aan de oorspronkelijke taal van de Amerikaanse schrijver gehouden. Ook het Amerikaans is vormelijk, levenloos, saai, houterig.
Je zou bijna denken dat het verhaal bewust zo verteld wordt, dat er meer achter deze verteller blijkt te zitten: een of andere kwaal, iets ouderwets, hang naar wollige taal, autisme. Toch vind ik die laag nergens, Colson Whitehead kiest volgens mij niet bewust voor deze vormelijkheid, hij vertelt nu eenmaal zo.
NRC noemde het boek ‘een overweldigende roman, zowel literair als politiek.’ Dat zal allemaal wel, maar waarom vertelt die schrijver deze passages zo stroef? Is hij nooit onder de mensen geweest? Heeft hij nooit in een kroeg gezeten? Trouwens, vreemde aanprijzing: ‘politiek overweldigend’. Juist de politiek heeft mijn interesse amper omdat in die hoek de taal vaak gortdroog en ondoorgrondelijk is. Dat voorspelt voor een roman weinig goeds.

Nog een voorbeeld, willekeurig uit de tekst geplukt, want ik las door:

‘Haar prijs fluctueerde. Wanneer je zo vaak verkocht wordt, leert de wereld je op je hoede te zijn. Ze leerde zich snel aan te passen aan de nieuwe plantages, leerde de negerbeulen te onderscheiden van degenen die alleen maar wreed waren, de klaplopers van de harde werkers, de verklikkers van degenen die een geheim konden bewaren.’

De prijs schommelde, het ‘op je hoede zijn’ kan ook anders verteld, korter en bondiger, sterker, iets met oplettendheid, alertheid, net als ‘onderscheiden van degenen’, steeds staat er ‘degenen’, dat is een irritant woord, ‘klaplopers’ is ook een irritant woord, en dan weer ‘degenen’, het houdt niet op.
De karakters zouden interessant kunnen zijn, de actie is op zich goed, de setting is prima, en sommige zinnetjes zijn goed, zoals de stem van haar oma die haar stuurt en haar moeder die dat anders deed, en dan aan het einde van een hoofdstuk: ‘Drie weken later zei ze ja. Ditmaal was het de stem van haar moeder.’
Dat is te volgen, dat is goed verteld. Het is jammer dat de 350 pagina’s van dit belangwekkende boek gevuld zijn met ambtelijke wollige zegswijzen die voor mij barricades op de spoorweg leggen.

«

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen