Bij mijn opa in de leesmap zat de Panorama. Als het tijdschrift net in de bus lag bladerde hij langs de spannende foto’s en later keek de familie mee. Plaatjes die echt waren, maar tegelijk onwerkelijk: een stierenvechter wiens been doorboord wordt door een stierenhoorn, een stam in de jungle van Papua Nieuw-Guinea die een paar leden van een andere stam opgegeten hadden, een vrije val uit een vliegtuig van tien kilometer hoogte, de liquidatie van een crimineel, een gevecht met een haai zoals in Jaws maar dan aan de Australische kust, een fatale liefde voor een mooie vrouw.
De spanning van die foto’s en verhalen deed ons gniffelen, die spanning maakte van het huis van opa onze veilige plek.
Flapteksten van thrillers ogen vaak als Panorama-artikelen:
‘Op een nacht in 1987 werd de vooraanstaande hoogleraar Joseph Wieder op brute wijze vermoord.’ (E.O. Chirovici, Boek der spiegels),
‘Wanneer Menno Riebeek erachter komt dat zijn puberzoon gokschulden heeft, besluit hij ze voor hem af te lossen.’ (Simone van der Vlugt, Toen het donker werd),
‘Dertig jaar geleden verdween John Puller’s moeder. Ondanks een uitgebreide zoektocht en intensief onderzoek, werd er nooit meer een spoor van haar gevonden.’ (David Baldacci, John Puller 4 – Niemandsland),
‘Nel, een alleenstaande moeder, wordt dood aangetroffen in de lokale rivier.’ (Paula Hawkins, In het water).
Panorama-artikelen van ruim tweehonderd bladzijden.
Over de onvoorstelbare foto’s in de Panorama en over thrillers, over spanning in proza, over de belangrijke factor voorspelbaarheid en over het achterhouden van informatie, schrijf ik een artikel. Later meer…

Jan van Mersbergen