In de ochtend aan mijn werktafel zat ik in het eerste zonlicht dat weerkaatst werd in de hoogste ramen van het schoolgebouw achter ons huis. De volledige bovenste verdieping bestaat uit ramen, op drie-hoog, en als de zon in het oosten boven de huizen klimt veranderen die ramen in spiegels, de oranje zonweringen nog niet naar beneden, mijn gordijnen open, en dan draait de wereld. In dat licht tik ik mijn dagelijkse duizend woorden aan een nieuw project, de afgelopen week zit ik op ongeveer het dubbele daarvan, en ook daarbij speelt dat licht een rol want zo lang ik die zon op mijn gezicht voel schrijf ik vlotter omdat ik weet dat het maar even duurt. Is het licht weer weggedraaid, als de zon in de spiegels onder gaat, dan kabbelt het tempo weer terug naar normaal. Het verhaal wordt, en dat is bijzonder, ook een spiegel. In dat weerkaatste licht. Ik heb een personage en een route. De route staat vast, die heb ik opgeslagen in Google maps, het personage groeit. Die hou ik een spiegel voor. Hij krijgt een moeder, hij krijgt gedachten, hij krijgt een verleden. Hij draait. Hij reflecteert het licht. Dat is niet zweverig, ik schrijf niet over een hippie. Het is alleen een verdieping, en de draaiende zon en de draaiende aardbol houden me wel aan de grond, want ik hou me vast aan mijn stoel tijdens het schrijven.

Jan van Mersbergen