De rooie kat had het eindelijk voor elkaar: hij had een duif te pakken en met die dikke duif in zijn bek daalde hij de trap af naar de speelplaats van de kinderen, ik zag hem nog net gaan. Katten eten geen duiven of andere vogels die ze vangen. Ze spelen er een beetje mee of gebruiken het als trofee, of om aan de anderen te laten zien hoe goed ze vogels vangen kunnen, want vogels vangen is moeilijk.
De balkonreling wordt tegenwoordig door de vogels gebruikt als rustplaats. Laatst zat er een merel, de mooie zwarte die meestal in de boom zit, op zijn vaste plek, inmiddels door bladeren aan het zicht onttrokken. Door mussen, die nooit alleen zijn. Op een gegeven moment ging het slecht met de mussen in Amsterdam, ze zaten eigenlijk alleen nog in Artis, maar ze waren wel altijd samen. Al zijn er nog maar twee over, ze zijn samen. Zo ook de mussen op mijn balkonreling. Ze vinden er brood, uit het tafelkleed geschud. Ze woelen de grond door waar de olijfboom in staat. Ze wroeten door de grond, maken het balkon vies. Dat is niet erg.
De meeuwen die voor ons uitvlogen die ochtend, toen ik met mijn dochter naar school fietste, hadden een spanwijdte van zeker een halve meter, misschien nog meer. Een dook onder de kabel door waar de lantaarn aan hing, de ander eroverheen. Op de hoek lag de enorme berg vuilniszakken, veel plastic ook, maar ook veel eten, en die meeuwen maakten ook daar een puinhoop van.
Ik heb ooit gelezen dat duiven eigenlijk rotsvogels zijn en dat ze de gevels van de huizen in de stad zien als rotsen, met riggeltjes en randjes. Daarom vinden duiven het zo fijn in de stad. Volgens mij vinden ze het vooral fijn dat er overal eten te krijgen is, in de stad, en dat er bijna geen vijanden zijn, behalve dat beetje verkeer en die ene rooie kat die in zijn hele leven nu dus één duif gevangen had.

Jan van Mersbergen