En dan opeens begin ik aan een nieuwe roman. Begin ik gewoon te tikken.
Ik weet waar het verhaal over gaat, ik heb een begin en een einde, ik moest alleen nog een stem hebben die het verhaal zal gaan vertellen en de afgelopen maand vormde die stem zich heel langzaam in mijn hoofd. Dat is geen mysterie, dat is teruggrijpen op de taal waarin ik vroeger verhalen hoorde, de taal van mijn familie, van mijn dorp, van mijn polder waar de nieuwe roman zich afspeelt. Ik heb een man, zijn zoon, zijn vrouw, een jeugdvriend die hij al heel lang niet gezien heeft, diens vader die nu net overleden is, en een reeks eenvoudige en toch ingrijpende gebeurtenissen, dat ligt er allemaal al maanden, en dan is het plots het moment om te beginnen.
Dat is het mooiste moment van het bouwen aan een roman: alles is er, het staat alleen nog niet op papier. Het tempo is onvoorstelbaar. Die eerste dag tik ik 2.800 woorden en de tweede dag had ik voor elf uur ’s ochtend 3.000 woorden geschreven, alleen omdat ik precies weet wat er op die eerste pagina’s moet gebeuren en hoe de hoofdpersoon het vertelt.
Als ik veertig werkdagen zo vol maak dan heb ik over acht weken een boek van honderdduizend woorden, dacht ik. Dat zijn zo’n 400 bladzijden. Dat gaat natuurlijk niet lukken want ik weet wel wat er in de komende scène gaat gebeuren en ook wat er de dag erop in het verhaal speelt, maar dan moet er toch echt weer iets verzonnen worden en loop ik tegen blokkades in het verhaal aan, dan hapert het. Dan komen er in een week misschien tweehonderd woorden bij. Hoort er ook bij maar dit begin koester ik in ieder geval, dat in één keer neerkalken van zo’n begin, die woorden er bijna zonder na te denken uit rammen, want het denken is al gebeurd en de stem, de karakters, de tijdspanne, de beelden, de omgeving en zelfs het weer van dat moment zijn er al. Mijn handen moeten het alleen nog op papier zetten.
In de bouw had je vroeger duizendpoten: metselaars die duizend stenen per dag konden leggen. Specie erop, steen langs het touwtje, duwen, wrijven, kloppen, schrapen, tak tak tak. erop, steen langs het touwtje, wrijven, duwen, kloppen, schrapen, tak tak tak. Deze fase van het schrijven doet me daaraan denken. Het touwtje staat strak, de palen op de hoeken zijn waterpas, je weet hoe hoog de muur gaat worden en waar de ramen komen. Het is stenen leggen. Duizendpoten. Dit schrijven gaat met duizend woorden per uur. Tak tak tak.

«

Jan van Mersbergen