Het zoveelste interview met een camera erbij; veel publiciteit rondom boeken speelt zich tegenwoordig af op internet en dan zijn filmpjes doeltreffend. Dus ik werkte mijn baardje bij, trok een overhemd aan en ging op pad. Boek mee, dan had ik in de trein heen en terug nog wat te lezen.
De oude manier van publiciteit voeren hield in: het boek netjes naar een paar recensenten sturen en afwachten en duimen of ze er wellicht een positief stuk over willen schrijven. dat gebeurt nog wel maar dat is een achterhoedegevecht. Heeft totaal geen invloed, op de boekhandel niet, op de verkoop niet. Als je vijftien jaar terug in een stuk of vijf kranten of weekbladen kort op elkaar een mooie recensie had dan kon zo’n boek wel eens gaan knallen. Tegenwoordig is er maar één manier om te knallen: op teevee verschijnen, liefst bij DWDD, en dan een persoonlijk item verzorgen waarin het boek gekoppeld wordt met gezin, ziekte, dood en liefde. Zeker tien van de zestig boeken in de bestsellerslijst hebben die weg achter zich. de andere boeken zijn flossige essays, kookboeken, thrillers van de bekende namen, spraakmakende nietsverhullende sportbio’s. Romans spelen amper een rol. Publiciteit is hopen op een van die plekjes, en gezien het aantal boeken dat er verschijnt wordt er erg veel gehoopt in boekenland.
Herman Brusselmans was laatst te gast bij B-Unlimited in Den Haag, waar ik een paar maanden terug ook aan mocht schuiven. Hij begrijpt niks meer van literatuur en dan vooral de koppeling tussen kwaliteit en verkoopaantallen. Boeken die wel aardig zijn belanden in de top zestig, ontzettend goeie literaire boeken halen een oplage van amper 500 stuks. Dat is moeilijk te bevatten. Dat was volgens mij vijftien jaar terug niet anders, al verliep dat via andere wegen en hadden recensenten nog een soort kwaliteitsstandaard die voor veel lezers waarde had. Lezers bepalen nu zelf die standaard. Boekhandelaren bepalen ook die standaard, zij keken in het verleden nog op tegen een literaire hotshot, nu zijn ze net zo onder de indruk van iemand die ze op teevee hebben gezien.
Van de week werd bekend dat Griet op de Beeck het boekenweekgeschenk gaat schrijven. Perfecte keuze: groot publiek, goed op teevee en in zaaltjes, bekend bij de boekhandel, een schrijver die niet beoordeeld wordt op wat ze schrijft. Vlaanderen juicht, vrouwen juichen; van die treurige nauwe insteek zijn we weer een tijdje verlost. Twee van de drie laatste boekenweekgeschenken zijn straks door een vrouw geschreven, daar hoor je niemand over. De rol die Op de Beeck gaat vervullen kan ze vast goed aan: een publiekelijk ambassadeur van alles wat net buiten het schrijven staat. Praten over het schrijven zelf hoeft niet, praten over het schrijven van anderen ook niet. Het is schrijver zijn in het openbaar, een lastige rol die mij slecht ligt.
Ik praat graag over mijn boeken en schrijven, ook heel persoonlijk, maar vooral ook technisch. Ik vertel over het verschil tussen een eerste en een derde versie van een boek, ik vertel over de manier waarop je gevoel onder de woorden kunt leggen, met veel voorbeelden, ik lees passages voor die net even meer spanning geven door een enkel tussenzinnetje, en dan praat ik een kwartier over dat zinnetje. In de macht over het stuur was dat: ‘Wie rijdt er nou in een gele auto?’ De beste zin uit die roman, uitgesproken door de jongen die zijn zusje ziet kijken naar de auto waar een andere jongen in zit. Die driehoek van bescherming, jaloezie, ontluikende verliefdheid en haat zit allemaal in die acht woorden.
Zo’n zinnetje, een paar woordjes en vooral ook hun plek in een prozatekst, dat is voor mij schrijven. Dat is alles. Als ik aanvoel dat de mensen in een zaaltje eigenlijk liever willen weten hoe het nu met mijn kinderen gaat, zo een paar jaar na die scheiding, dan vertel ik evengoed een kwartier daarover, toch denk ik steeds aan dat ene zinnetje.
In Nederland wordt die publieke rol met name door Heleen van Royen goed uitgevoerd. Zij is al jaren mijn favoriet voor het boekenweekgeschenk. Buiten dat ze goed schrijft, kan ze goed praten, kan ze een zaal of een teeveepubliek volledig inpakken, kan ze het publiek laten voelen: dit is dus een schrijver, een echte.
Het interview ging trouwens prima. Ik vertelde over onze baby van bijna zeven maanden stoelen die we net via marktplaats hebben gekocht, over mijn zoon die de sleutel van de ballenzak bij het trainen bij zich heeft, over mijn werkplek, en ook nog een beetje over schrijven.

Jan van Mersbergen