Nadat ik recent twee boeken van Dennis Lehane had gelezen, als aanvulling op zijn Verloren wereld en Nachtleven, die ik eerder al had gelezen, kwam ik in de bibliotheek aan het Roelof Hartplein waar ik een lezing gaf in het kader van de Boekenweek een dun boek van Lehane tegen dat Het loket heet en waar net als Shutter Island en Mystic River nu verfilmd is. In 2014 uitgegeven, maar vijf jaar daarvoor al gepubliceerd in een reeks die Boston noir heet, onder de titel Animal rescue. Dat is misschien wel een betere titel dan het kille Het loket, toch past dat laatste ook goed bij deze novelle-thriller die het niet van de omvang en eigenlijk ook niet van de spanning moet hebben maar van de heel goed uitgewerkte karakters, de mooie scènes en de goedlopende zinnen. Wat dat betreft is ook deze Lehane te rekenen tot literatuur.
Lehane schildert met eenvoudige taal een beeld van een bar in problemen omdat de onderwereld die bar gebruikt als doorgeefluik voor zwart geld. Van alles komt samen, er sjokt een hond door het verhaal, een meisje, een psychopaat, een eenzame hoofdpersoon en al die karakters hebben zo hun bijzonderheden, hun randjes, hun aandoenlijkheid. Lehane weet stuk voor stuk volwaardige karakters van ze te maken. Dat is een prima prestatie.
Op bladzijde 115 komen de eenzame en al wat oudere Bob en het meisje Nadia samen, bijna. Twee korte alinea’s gescheiden door witregels, voor de lucht. Met Bukowski-achtige korte zinnen die niks anders willen vertellen dan wat er gebeurt: Toen was ze weg. Bob liep naar huis. Het was stil op straat. Maar ook met een mooi ritme door herhaling van woorden, de juiste helderheid in plaats van vergezochte bloemrijke taal of metaforen, en een goed beeld van een glijbaan van ijs op straat dat duidt op de speelse verliefdheid en hervonden levensvreugde van deze man:

Bob bracht Nadia tot haar voordeur. ‘Slaap lekker.’
‘Slaap lekker, Bob, Bedankt.’
‘Waarvoor?’
Ze haalde haar schouders op. Ze legde haar hand op zijn schouder en gaf hem een snelle zoen op zijn wang. Toen was ze weg.

Bob liep naar huis. Het was stil op straat. Hij kwam bij een lang stuk ijs op de stoep. In plaats van eromheen te lopen, ging hij er al glijdend overheen, armen wijd voor evenwicht. Als een klein kind. Aan de andere kant gekomen keek hij met een glimlach op naar de sterren.

Jan van Mersbergen