Mijn dochter had een uitvoering, een show ergens in een ander schoolgebouw, met de hele klas, en ze bleef maar vragen of ik ook wilde komen, en ik wist het niet want het was midden op de ochtend en ik moest haar om half negen al naar school brengen en om drie uur ophalen en ik was er wel een beetje klaar mee, met dat heen en weer fietsen. Mijn dochter was slim, ze zei dat ze tegen de juf had gezegd dat ik zou komen, dus nu moest ik wel. Ik ging dus tegen tien uur naar die andere school waar de ouders een familieshow zagen over ooms en tantes en opa’s en oma’s, met liedjes en een paar quizrondes. Het was leuk gedaan door drie acteurs, en ook leuk om al die kinderen zo te zien. Ze zongen een afsluitend lied en in zo’n groep vallen die verschillende karakters op: de een staat heel stoer met een hand in zijn broekzak, een meisje keek steeds naar de neuzen van haar schoenen, een meisje durfde net niet uitbundig te zwaaien dus ze hield haar hand ter hoogte van haar heup, maar ze zwaaide toch, en mijn dochter stond vooraan en zwaaide als eerste, zeer plichtsgetrouw want ze wist dat het zwaaien kwam en zette meteen in. Ook werpt zo’n uitvoering me terug op hoe ik dat vroeger deed, op school. Ik was heel verlegen. Ik keek niet naar de neuzen van mijn schoenen maar naar de hakken, als dat zou kunnen. Ik stotterde, tot ver in de middelbare school, tot ik bij een toneelgroep ging en wel moest spelen en zingen, en toen was dat vrijwel klaar. Mijn dochter deed het in ieder geval op haar eigen manier, zonder angst en vol trots, en ook keek ze steeds naar me op een manier die verraadde dat ze blij was dat ik er was.

Jan van Mersbergen