Vorige week zappte ik langs de film Sneekweek, en ik bleef toch even kijken. Ik was benieuwd hoe in deze film de vrienden die ‘hun vakantie al feestend doorbrengen in een grote villa waar steeds meer bizarre dingen gebeuren’ neergezet worden, hoe het verhaal zich ontwikkelt en vooral in welke mate ik mee kan leven met de personages en de gebeurtenissen, want dat is een van mijn belangrijkste kwaliteitscriteria. Sneekweek is een slasher-film, zoals dat zo bot heet; een film die altijd draait om een seriemoordenaar die zijn slachtoffers stalkt en op gruwelijke wijze vermoordt. Spannend. Al gauw duikt er in de villa een vermomde man op die met een spijkerpistool een meisje doodt. Hij schiet een paar spijkers in haar lijf en ook een in haar voorhoofd. De grime zal er flink wat werk aan gehad hebben, toch keek ik naar de moord zonder angst of medeleven, zonder verbijstering, zonder gevoel. Dat komt vooral omdat er geen enkel motief achter de moord zit en omdat je meteen weet dat de moord gepleegd wordt om de film gruwelijk en spannend te maken, niet omdat er iets achter de personages zit dat deze daad kan verklaren. Daarom kan het zo zijn dat een sterfscène van een huisdier je meer doet dan tien gruwelijke moorden met een spijkerpistool: dat dier wordt in de aanloop naar zijn dood in de film persoonlijk gemaakt, krijgt lading door waarden als contact en genegenheid. Als het hondje of de kat dood gaat weet je: de mensen gaan hem missen. In Sneekweek geen enkel persoonlijk tintje, geen enkel motief, behalve dat er wat pillen gebruikt worden die gekte tegengaan of waar mensen natuurlijk juist gek van worden. Je weet maar nooit. Onvoorstelbaar dat regisseur, scenarioschrijver, acteurs en alle andere betrokkenen genoegen nemen met een verhaal waarin dat ontbreekt, een verhaal dat vanzelfsprekend alleen als reactie van de kijker kan krijgen: Nou en?

Jan van Mersbergen