Er was iets dat ik herkende in het accordeondeuntje van 16 Horsepower. Het pompende ritme, de eentonigheid, de dreiging van de piepende penspiano. Eigenlijk een concertina, maar wie kent die term? In Brabant luisterde ik naar Amerikaanse muziek omdat dat de enige muziek was die voorhanden was. In Amsterdam zocht ik de muziek die bij mijn polder paste waar ik uitgestapt was. Dat was geen rock, dat was geen jazz, dat was een beetje blues, het was vooral de dreigende onbeholpen ruwe countrymuziek van deze tijd. Geen cowboyhoed voor nodig om die muziek te voelen. Hard en vol emotie. Schreeuwend vaak vanuit onmacht, alsof er toch niemand luistert. Schuddend met zijn hoofd trad David Eugene Edwards op, alsof hij de demonen uit zijn kop wilde rammelen. Een opgefokt ritme waarvan je wel gaat dansen, ook al sta je liever aan de bar. Het geloof nooit ver weg, sterker nog: verankerd in alle mensen. Die accordeon zaagt je doormidden, zoals mijn vader populieren doormidden zaagt. In I seen what I saw zingt Edwards ‘An these tales I tales I tell are tall.’ Lange verhalen, grote verhalen. En dan in Haw smekend vragen: ‘Keep your, keep your arms around me.’ Hou die armen van je nog even om me heen. ‘Keep your, keep your arms around me.’

»

Jan van Mersbergen