Vanaf drie uur had ik die nacht op de plee gezeten, steeds heen en weer van bed naar pot en weer terug, zeker ieder half uur, en eigenlijk was het wachten tot het op zou houden. Ik voelde me niet heel beroerd, het was alleen vervelend dat ik het verschil tussen piesen en poepen niet meer wist. Toen ik dat die ochtend mijn zoon vertelde en hem er meteen achteraan vroeg hoe hij dat vroeger noemde wilde hij er niks van weten, hij zat net aan een broodje met chocopasta. Plassen van achteren, noemde hij dat toen hij een jaar of vier was en nu tien jaar later knikte hij alleen zo van: ik weet genoeg pa. In de loop van de ochtend ging het iets beter. Koffie drinken bleek niet een heel slim idee maar ik hou liever vast aan gewoontes als ik ziek ben, ik ga liever niet op bed liggen. Gewoon aan het werk en de dag door zien te komen. Ik ging onder de douche en daarna vertelde de weegschaal me dat ik 2,9 kilo kwijt was geraakt die nacht en ochtend. De spiegel was ook vriendelijk voor me.

Jan van Mersbergen