In Wildschut zaten aan drie verschillende tafeltjes drie verschillende acteurs, allemaal in gesprek over nieuwe projecten, met types die er iets zakelijker uitzagen, die een laptop bij zich hadden of en stapel papieren. De gesprekken waren bijzonder vaag.
Als ik met mijn redacteur praat proberen we iedere vaagheid in tekst te tackelen, en ook in gesprek zijn we concreet. Wat gaan we doen, wanneer, hoe? Aan de slag.
Deze acteurs zeiden dingen als: Ik voel dat dit project echt een stap zal zijn.
Of: In de kern wordt het een bijzondere avond die nieuwe energie aan gaat boren.
Toen een van de acteurs even naar de wc ging keek de zakelijke man een tijdje naar buiten, dromerig. Misschien was hij dat vage geklets ook wel zat, maar dat was het niet. Het was hem niet vaag genoeg. Hij werd gebeld, nam op en zei meteen: Ja ik hoorde voor de vakantie je berichtje en dacht toen nog: ik ga je snel even bellen, maar dat is er nog niet van gekomen…
Als iemand zo tegen je praat, iemand die je zelf hebt opgebeld om weet ik wat te vragen, iemand die je dus al eerder een bericht hebt gestuurd en niet reageerde, die dus te sloom voor woorden is, die moet niet nu gaan mekkeren over dat het er dus nog even niet van gekomen is, terwijl hij in Wildschut met een of andere vage acteur zit te kletsen, want dat voel je wel aan, dan moet je meteen ophangen, de zaak afschrijven, wegwezen.
Maar degene die nu belde liet de laptopman praten. Hij zei dat alles op de mail gezet kon worden en dan zou hij het wel zien verschijnen.
Als je dan nog zin hebt om iets te zeggen, dan zeg je ja natuurlijk, dan doe ik er meteen die nieuwe voorstellen bij waar ik het met die en die al over heb gehad, hij wilde jou er graag bij hebben, bij dat andere project, echt interessant, ik hou je op de hoogte.
En die voorstellen die verstuur je nooit!

»

Jan van Mersbergen