Hij moest mee naar school, want zijn zusje moest naar school en er was verder niemand die op hem kon letten, thuis, dus ik gaf hem brood en fruit en trok hem zijn kleren aan, een stevige spijkerbroek en zijn nieuwe schoenen en een winterjas met een capuchon want ik hoorde de regen al tegen de ramen tikken en ook al was die bui weer gauw overgewaaid, op de buienradar zag ik een heleboel andere buien komen en als je eenmaal in zo’n hersftbui zit dan heb je amper tijd om een schuilplekje te zoeken, dan word je gewoon nat, en het eerste stuk dat ging nog wel, tot we na de benzinepomp de buurt van de school indraaiden, toen begon het echt te regenen en tot school was het nat en koud en die jongen zat heel rustig en dapper al die tijd voorop de fiets met spetters op zijn gezicht en zijn blonde haar dat onder de muts uitstak ook nat, dus ik wachtte even bij school tot deze bui over was en fietste toen terug en tegen de tijd dat we bij de Beethovenstraat waren kwam er al een andere bui en nu had hij het koud aan zijn handjes dus ik trok de mouwen van zijn jas er overheen en praatte tegen hem en floot een liedje, want hij houdt van liedjes en zo kwamen we weer thuis waar ik hem warme melk gaf.

Jan van Mersbergen