De regen waaide precies de dug-out in, de stoeltjes waren nat, alles was nat. Op de fiets naar dit drassige veld regende het al flink en ik moest omfietsen, die regenjas had ik al aan en die hield ik aan die middag. Eerst motregen, later flinke druppels, en het bleef maar waaien. Vijf keer ging de bal in de sloot, vijf keer gingen we hem halen, een wisselspeler en ik. Ombeurten probeerden we de buitenband van een fiets waar een netje aan vast zit en waar een touw aan zit over de bal te gooien, vloeken en nog een keer proberen, en dan elkaar de hand geven zodat de ene de bal kan pakken en niet in het water valt. Alles was toch al nat maar erger moest het niet worden. Opdrogen in de rust met koffie in de kantine. Vieze koffie, al gauw kwamen de blikken bier. Die hele middag bleef het regenen, ook tijdens de andere wedstrijd, die niet gewonnen werd. In de avond weer regen, de lucht zo grijs dat een kijkje op de buienradar alleen maar deprimerend kon zijn, en heel laat, terug naar huis, een beetje opgedroogd, was de regen eindelijk voorbij en fietste ik naar huis.

«
»

Jan van Mersbergen