Hij zat net even te lang op de fiets of we namen te weinig tijd tussendoor, binnen, om weer warm te worden, en we hadden geen wantjes mee, dat moment komt altijd net te laat, dat je eraan denkt wanten mee te nemen, en het was slaaptijd en etenstijd, hij was koud en moe en hongerig, en dat was te veel dus de laatste twee kilometer terug naar huis huilde hij en rolden de traantjes over zijn wangen, het ging maar door, ook als ik zijn handjes probeerde te warmen of ze in de mouwen van zijn jas te proppen, dat hielp allemaal niks, dus hij huilde en huilde en wij trapten stevig door en probeerden rustig te blijven, en toen ik de straat in fietste leek hij die omgeving herkennen en toen we voor de deur stonden en ik hem uit het stoeltje haalde en de trap optilde huilde hij nog steeds maar wel iets rustiger, en ik hield zijn handjes in de keuken onder de koude kraan, hij zat op het aanrecht, toen onder de lauwe kraan, ze werden langzaam weer warm, en daarna at hij een broodje en dronk hij wat en viel hij als een blok in slaap voor zijn middagdutje.

»

Jan van Mersbergen