Hij laat haar slapen die ochtend. Ze heeft de avond ervoor nog een repetitie gehad en kwam laat thuis. Hij werd wakker van haar schoenen op de trap. Ze stapte in bed en vertelde over de generale repetitie in het repetitielokaal, die bijzonder slecht ging, zoals het hoorde. Haar tegenspeler was zijn tekst kwijt. Eerder al was hij zijn stropdas kwijt en nog iets anders van zijn kostuum, en de sleutel die in zijn jasje hoorde te zitten zat daar niet in. Als hij het morgen maar niet vergeet, zei ze. Toen ging ze slapen.
In de keuken zet hij koffie. Hij eet een paar boterhammen. Dan legt hij een briefje op de tafel: Tot straks in het theater. Ik zorg dat alles er is. X Johan
Hij fietst naar het autoverhuurbedrijf, een paar straten verderop. Daar huurt hij een busje van 15 kuub dat groot genoeg moet zijn om het decor in mee te kunnen nemen. Hij rijdt de stad door. Het is druk. Voor het kruispunt bij de Overtoom staat een enorme rij auto’s. Tot het einde van de Nassaukade kan hij alleen stapvoets rijden. Het is al bijna tien uur als hij bij het repetitielokaal komt. Hij zet de bus schuin op een parkeerplaats, opent de deur met de sleutel die zij voor hem op tafel heeft gelegd en gaat de trappen op naar de tweede verdieping. Hij heeft het decor nog niet gezien. Het bestaat uit vier grote houten bouwwerken. Het lijken banken, maar het zouden ook struiken kunnen zijn. Hij tilt er een op. Zwaar. Er zit mdf aan de onderkant en ook aan de bovenkant, stukken van zeker anderhalve meter, en dat maakt het ding heel zwaar. Hij sleept een decorstuk naar de deur. Het lukt hem het ding de deuropening door te krijgen. Dan de trap. Hij gaat een paar treden lager staan en trekt het ding naar zich toe. Hij kantelt het ding en gaat een paar treden lager staan. Hij moet zich schrap zetten om niet naar beneden geduwd te worden. Heel langzaam laat hij het ding de trap afglijden, de volgende trap, dan sleept hij het naar buiten, de straat op. Het laatste stukje naar de bus is het zwaarst.

Begin van De vrouwenhater, een verhaal dat binnenkort verschijnt in Tirade.

Jan van Mersbergen