Na de Schrijfcafé-avond van de afgelopen week praatten we nog even na over een verteller die niet alleen observator is maar net even meer. Dat wil ik graag, dat zie ik graag, maar wat is dat ‘net even meer’? Hoe leg je dat uit?
In het verhaal waar het over ging wordt een man beschreven die allerlei mooie eigenschappen heeft en een bijzonder uiterlijk. Geen man die we in Nederland gauw zien, een exoot, maar dan uit een koude streek. Uit het noorden. Een man die in de wildernis kan overleven en vlot door onontgonnen gebied lopen kan. De verteller maakt deel uit van een groep die door deze man begeleid wordt. Ik las het verhaal en schreef erbij dat de verteller wel een rol heeft in het verhaal maar ook weer niet want hij beschrijft voornamelijk die ander. Wat voor verteller heb ik, als lezer, dan voor me? Iemand die zo tegen de man die hij beschrijft opkijkt dat hij zichzelf verstopt? Dat kan. Ik wil graag weten wie die verteller is, waarom hij met die groep op pad is en waarom hij de anderen in die groep niet of nauwelijks beschrijft. Waarom geen vertelling in de derde persoon? Dan verstopt de verteller zich helemaal, dan is het gewoon de schrijver die een camera hanteert.
In een driehoek tussen de survivalman, de verteller en de groep gebeurt meer dan alleen het eenrichtingsverkeer van de verteller die een enkeling beschrijft. Is er bijvoorbeeld iemand in de groep die in tegenstelling tot het oermens de groep ophoudt of erg onhandig is of juist weer andere dingen goed kan, die de begeleider juist niet kan? Is degene goed met taal? Slimmer dan de anderen? Dat kan diepte geven aan de andere personages. En die verteller zelf? Hoe ervaart hij de expeditie? Loopt hij een wond op, hoe smaakt zijn eten? Al die zaken kunnen ook beschreven en ze lijken weinig toe te voegen maar toch geven ze de observerende verteller meer body, en daarmee de vertelling ook.
Over dat soort zaken gaat het dus in mijn Schrijfcafé, en meestal hebben we aan drie uur niet genoeg.

«

Jan van Mersbergen