Toen de trein remde op een stuk waar hij eigenlijk alleen gas moet geven, wist ik wat voor dag het zou gaan worden. We kwamen uit bij een perron, op een verlaten station, een stukje voorbij de overgang waar iemand gesprongen was. De mensen voorin de trein hadden de klap gevoeld, wij niet, wij zaten ergens achteraan met ons kindje van één, en twee grote tassen vol carnavalsspullen en een strakke planning die ervoor moest zorgen dat we iets na elven in de stad zouden zijn. De kleren op volgorde in de tas, dan was het in het hotel hup hup hup omkleden en schminken en elf minuten later zou ik weer buiten staan, op weg naar de Markt, op weg naar mijn vrienden en het feest.
De reis duurde twee uur langer, de planning in de war, en nu ben ik heel flexibel en vergevingsgezind, kan ik zelfs medelijden krijgen met die arme ziel die op zo’n schitterende dag ervoor kiest voor een trein te springen, maar niet op dat moment. Springen, ik heb op deze dag een ander idee van springen. Dat doe je niet alleen. Dat doe je samen op de muziek, op het plein, met wat te drinken. Met oude bekenden, met alle leeftijden, met mijn meisje en ons zoontje in zijn olifantenpak dat hem nog maar net past. Vorig jaar was hij zeven weken, zijn eerste Elluf van Elluf, nu keek hij uit naar de muziek die ik hem had laten oefenen, hij kan al klappen en zijn handjes in de lucht steken en wiegen en dansen. Hij keek uit het raam, het landschap bewoog niet meer, hij werd dreinerig. Ik ook.
Deze planning liep in het honderd, een andere planning ook, en ik kwam compleet kapot in de stad aan, deed langer over het omkleden, liep langzaam naar de Markt, had een paar biertjes nodig en mijn vrienden, en na een tijdje was iedereen er toch, want vastelaovend is een vangnet, zeker op zulke dagen, en uiteindelijk konden ook wij springen, op de muziek, samen. Het werkelijke springen, dat niks anders is dan het vieren van het leven, met in gedachten de mensen die ziek zijn en vechten met alles wat ze hebben, die springen mee, die deinen in gedachten mee, die zo veel moeite doen om nog iets van dit feest en van elkaar mee te krijgen en die het zo jammer vinden dat ze er niet bij kunnen zijn. En ook in gedachten die ene man die nergens meer waarde in ziet, niet in anderen en ook niet in zichzelf, en die veel andere mensen mee wil sleuren in dat eenzame verdriet met een enkele sprong, en bijna kreeg die enkeling de overhand. Maar dat lukte hem niet!

»

Jan van Mersbergen