Er stond een vrouw met een hondje op de Marathonweg en ik duwde de kinderwagen langs haar en die kleine zat een beetje suf nog in de kar, tot hij het hondje zag. Hij wees. Zijn ogen werden groter. Hij zei: Ta-ta. Dat is een soort waf-waf. Hij is helemaal gek van dieren. Van hondjes, maar ook van katten en herten op teevee en kleine beestjes die kunnen vliegen en van de dieren in Sesamstraat en de Teletubbies, want dat zijn voor hem ook dieren. En dit hondje stond stil want zijn baasje moest zijn kak opruimen en dus draaide ik de kinderwagen een beetje en kon hij het hondje goed zien en toen hij bleef wijzen floot ik zachtjes en kwam het hondje op ons af. Hij was roodbruin, met wit. Ik vroeg of hij wel lief was, want dat moet je altijd even vragen, maar ik zag aan het hondje al dat hij lief was en hij rook aan mijn hand en toen aan zijn broek en schoentje en die kleine jongen keek lange tijd naar het hondje, bijna zonder te bewegen, en toen keek hij naar mij en moesten we ook door, naar het kinderdagverblijf, en toen we daar waren zei ik tegen de leidster dat hij een hondje had gezien, een heel lief hondje, en zijn ogen werden weer groter en zijn mond ging open en hij zag het hondje weer voor zich.

«

Jan van Mersbergen