Hij speelde met blokjes en een plastic bakje. De groene blokjes vond hij het mooist. In iedere hand had hij een groen blokje.
Hij zat daar in zijn rompertje en met sokken aan. Ze keken hoe lang hij was en hoe zwaar en we stelden wat vragen, hij speelde met de blokjes.
Toen moest hij bij een van ons op schoot gaan zitten, bij mij, en ik moest zijn handjes goed vasthouden want de vrouw van het consultatiebureau had de naalden al uit de koelkast gehaald. Het was een prik voor dit en een prik voor dat, ik vergeet die namen altijd.
Ik verwachtte dat hij zou schrikken want met veertien maanden zijn kinderen erg oplettend en een beetje angstig voor vreemde dingen en daar is zo’n naald er toch wel een van, maar vrouw van het consultatiebureau stak de naald in zijn armpje en hij keek er alleen maar naar, heel rustig, zijn gezicht vertrok niet, hij was heel erg dapper en sterk.
Met de tweede prik ging het anders.

Jan van Mersbergen