Alleen nog een cadeau voor mezelf. Van de Sint. Dus ik ging naar de boekwinkel op zondagochtend en keek naar de voorste tafel met de zuil waar de top 10 in stond. Dan Brown, Jamie Oliver, Astrid Holleder. Allemaal bekende titels. Die titels kende ik al of wilde ik niet lezen.
Ik pakte De acht bergen op. Schijnt een mooi Alpenboek te zijn, maar ik had het beste Alpenboek al gelezen en te veel boeken die in de bergen spelen, dat is voor een polderjongen als ik niks.
Aan de andere kant van de tafel lagen drie boeken van Carlos Ruiz Zafón. Ooit las ik zijn eerste, over Barcelona. Deed me weinig, ik vond het vooral erg dik en wollig. Nu stoorde ik me vooral aan de titels. De schaduw van de wind werd gevolgd door De gevangene van de hemel en Het spel van de engel. Slappe titels. Het dit van dat. De zus van zo. De hele Spaanstalige en Latijns-Amerikaanse literatuur is gevuld met dit soort titels.
Ik heb me altijd voorgenomen nooit een boektitel met zo’n constructie te gebruiken, tot ik met Naar de overkant van de nacht kwam, maar daarbij is dat eerste woordje ‘naar’ ongelofelijk belangrijk want enkel De overkant van de nacht is lelijk.
Van Zafón verscheen ook nog Het labyrint der geesten. Zelfde idee. Iets mysterieus (schaduw, gevangene, spel) samen met iets nog mysterieuzers en opgrijpbaars (wind, hemel, engel). Zo kun je wel aan de gang blijven, en zo blijft Zafón aan de gang.
Dus die boeken kocht ik niet. Ik kocht een thriller van Stephen King.

Jan van Mersbergen