Fietsen verandert met een baby. Je wordt voorzichtig. Groen licht is gaan, oranje is remmen. Rood is stoppen. Niet om je heen kijken, vooral naar links, en dan gewoon gaan. Kan niet meer.
Laatst toen ik naar het turnen van mijn dochter ging bleef het licht in Osdorp minutenlang op rood staan. De auto’s die links achter ons stonden mochten al drie keer gaan rijden, en de auto’s linksvoor, die ons moesten kruisen al twee keer. Toen hadden we geen zin meer om te wachten en ik zei: Go. Dat was niet gevaarlijk want op dat moment stond alle verkeer stil, toch voelt dat heel anders met een kleine jongen voorop in het zitje.
Deze ochtend zag ik een jongen heel hard op een oranje licht afrijden bij het kruispunt bij de Apollolaan, en er kwam een busje van links dat juist die straat in wilde, en dat moment van naderen duurde heel lang. Ik vloekte al. Ik wil niet iemand zichzelf zien doodrijden. De bus gaf gas, de jongen kon er met een slinger net achterlangs. Ik vloekte nog harder, maar nu van opluchting.
Mijn dochter ziet werkelijk helemaal niks in het verkeer, ook niet de vrouw die laatst voor de tram lag bij het Hoofddorpplein. De weg wordt daar smaller en in die trechter had ze waarschijnlijk de tram niet gehoord of gezien, en inhalen kan daar dan niet meer. Er waren al veel mensen bij dus wij hoefden niet te stoppen, dat wilde ik ook helemaal niet. Ik wilde naar huis, die kleine was erbij en hij moest nodig naar bed. Ik hield hem al wakker op de fiets. Ik was prima wakker. In de drukte.
De vrouw bewoog niet. Ik vroeg mijn dochter of ze het gezien had.
Wat? Vroeg ze.
Volgend jaar wil ze alleen de stad door. Dat doet ze nu soms al, maar niet als ze bij mij is.

Jan van Mersbergen