Flink wat bijeenkomsten de afgelopen dagen, allemaal in het teken van Sinterklaas. Die kleine van ons wees hem al aan op de jutezak waar de cadeautjes in zaten. Hij bleef maar wijzen. O-o-o, zei hij. En gisteren zag hij Sinterklaas in het echt bij het kinderdagverblijf. De Sint kwam met de auto. Hij had een chauffeur mee: De chauffeur van Sinterklaas, stond er op zijn pet. Mijn dochter zwaaide naar de Sint die bij haar school kwam. Moeders waren Piet, met roetvegen. Het deed me goed om te zien dat ons feest helemaal niet van ons afgepakt wordt als er geen zwart geschminkte Pieten rondlopen die duidelijk een karikatuur zijn van mensen met een zwarte huid. Dat ging bij de basisschool heel goed, want daar zijn een aantal donkere mensen, en bij het kinderdagverblijf ook, want de leidster is Surinaams en een paar kindjes ook, en juist het verschil tussen huidskleur en een veeg roet maakt veel verschil. Deze vieringen gaven aan dat niemand buiten Amsterdam bang hoeft te zijn dat de traditie of het feest verloren gaan, dat vasthouden aan die simpele en wrange traditie hopeloos is, dat het inderdaad voor de kinderen weinig uitmaakt, maar dat het minste vervelende gevoel dat een feestgevoel in de weg zit gemakkelijk weggenomen kan worden zonder iets in te leveren. Ben ik toch in een betoog beland dat met ons Sinterklaasfeest van doen heeft. Net nu hij weer vertrekt. Ik was blij de kinderen te zien reageren op het feest, op de Sint, op Pieten, op cadeaus. Ik ben blij dat het feest gaat veranderen, want dat is gelukkig in gang gezet en ook al is daar weerstand tegen, dat gaat echt voorbij. Het is een achterhoedegevecht met als basis het onvermogen tot inleven. Kinderen hebben daar minder moeite mee. In de liedjes kan een pepernoot een klapband veroorzaken, kruipt Piet door de schoorsteen, blijft de magie echt.

Jan van Mersbergen