Bij het herschrijven loop je tegen andere zaken aan dan bij het eerste begin, bij dat mythische witte vel papier waar zo vaak zeer ongenuanceerd over gesproken wordt. Dan wordt er gezegd dat je alle ruimte hebt en alle vrijheid om iets te maken, helemaal jezelf laten gaan, dat soort onzin. Bij dat witte vel is het wel handig een plan te hebben, een verhaal, een karakter en vooral een stem.
Maar dat terzijde, die roman heb ik nu staan en ik heb er een gesprek over gehad met mijn uitgever en die had een goed punt: het verhaal moet ergens nog een scherp randje hebben. Dat is er wel, maar kan scherper. Met die opmerking ging ik naar huis, opnieuw lezen en die flinke bult tekst weer doornemen, heel langzaam, en toen ik een week terug op een avond thuis naar tv keek wist ik het opeens: ik moet een andere verteller hebben. Mooie maar ook een vervelende gedachte. Mooi, want een andere verteller biedt wel veel meer opties voor dat scherpe randje aan het verhaal. Vervelend omdat het erg veel werk is.
Maakt niet uit, ik gat dat doen. En om terug te komen op dat witte vel en het eerste begin, in een ander tv-programma over het bouwen van bars in Amerika, kwam de bouwploeg in een volledig lege ruimte, nog geen muurtje afgestreken, en de hoofdbouwer zei: Ik hou ervan als er nog niks is, dan kun je alles zelf maken, zonder problemen.
Zijn compagnon nuanceerde dit: Als er nog niks is heb je geen problemen, die maak je vervolgens helemaal zelf.
Dat vond ik een heldere analyse. Het schrijven van een roman is het maken van problemen. Het herschrijven is het oplossen van die problemen.

»

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen