Die kleine kwam de kantine binnen en wees meteen de bal aan die half opgepompt onder de bar lag. Hij zei verder niks, hij wees alleen. Toen pakte hij de bal op, liep er een stukje mee en gooide hem weg. Daarna wees hij een tafel aan, de lampen, glazen bier en de dames die pong aan het spelen waren met een pingpongballetje en een grote tafel. Hij ging erbij staan en keek naar ze en even later kwam een van de dames me vertellen dat het een leuk kereltje is. Hij wees het schuine oplopende stuk naar het dakterras aan en ging daarop lopen, omhoog en omlaag. Dat moet een sensatie voor hem zijn, een schuine vloer. Hij wees naar buiten, naar het voetbalveld, naar de radiator waar hij zich even later aan brandde, en naar de tassen in de hoek. Tijdens het eten was het een van de jongens van de selectie die hem dingen aanwees. Dat vond hij verrassend. Dan zei die jongen: Daar! En dan wees hij naar het plafond en dan probeerde hij nog wel even cool te doen maar keek toch naar de schrootjes aan het dak. Dit herhaalden ze heel vaak.

Jan van Mersbergen