Vandaag reizen we weer af naar het zuiden voor vijf dagen vastelaovend. Het laatste grote religieuze openluchtfeest van Nederland dat door grote delen van het land genegeerd wordt en waar veel vooroordelen over zijn, maar waar sinds de uitzending van DWDD van eergister iets genuanceerder over gedacht kan worden.
Twee oud-prinsen waren te gast, die bijzonder goed en ingetogen en helder spraken over hun feest. Dat werd aangevuld met prachtige beelden uit de documentaire van Rob Hodselmans, die gister op tv werd uitgezonden. Vooroordelen werden voorzichtig ontkracht, in ieder geval niet bevestigd. Er is muziek, bier, lol, verkleedkleren, maar er is veel meer. Over carnaval mag met trots gesproken worden, het mag uitgedragen worden, de universele waarden van dit feest mogen zo gebracht worden dat mensen die ervoor kiezen dit links te laten liggen weten dat ze iets missen. Iets wat ongelofelijk puur, diep en emotioneel is.
Ik sprak diezelfde woensdagavond een vastelaovesvierder die dit jaar zijn feest moet missen. Hij kent de betekenis van dit feest, hij kent zijn vrienden, hij voelt de verbondenheid. In zijn ogen zag ik de worsteling. Ik zal veel aan hem denken de komende dagen.
De kern van onze vastelaovend werd in deze uitzending van DWDD het beste uitgedragen door de zoon van oud-Prins Jeroen die in de studio zat, heel klein op zo’n stoel tussen al die andere mensen, en die helemaal niks zei maar toch alles vertelde, door zijn tranen te laten lopen om het verlies van zijn opa.
Dat is vastelaovend: het samen vieren van het leven en ook het samen herdenken van geliefden die er niet meer zijn. Laten zien wie je bent, en delen.
In een studio kun je prinsen laten praten over het feest, je kunt een gevoelig lied zingen met enkel gitaar, je kunt er een film over maken en je kunt er zelfs een roman over schrijven, wat die jongen liet zien was werkelijk groots.
Hij is mijn prins.

Jan van Mersbergen