De vastelaoveszaterdag van Venlo is de dag die ik het eerste zal overslaan, als ik voor die keuze zou moeten staan. Ik ben er natuurlijk alle dagen bij, maar die Zoepkoeldag is anders dan de andere dagen: het is een festivaldag waarop de provincie naar Venlo trekt. Geen lokaal carnaval, maar massaal. Er staan hekken in de stad. Om bij de Parade en vooral bij de Zoepkoel zelf binnen te komen moet je een polsbandje hebben. Net als voor andere festivals, en die zijn dan soms ook oétverkoch. Grote borden geven aan of de pleinen al vol zijn, en dat zijn ze al heel snel want al vroeg in de ochtend rijdt de zoepkoelexpress duizenden vastelaovesvierders naar de stad. Het is allemaal leuk, maar mijn vastelaovesgevoel ligt niet bij deze dag. Wij Amsterdammers willen geen kaartje kopen, of een polsbandje. Wij zijn er dan al. Wij komen ook van buiten, dat zal niemand ontkennen, maar we blijven. De carnavalsgasten die halverwege de ochtend al straalbezopen langs de podia zwalken pakken tegen het einde van de middag de bus of trein weer terug naar hun woonplaatsjes om daar de zondag en maandag en soms ook nog de dinsdag vastelaovend te vieren. Voor hen is deze zaterdag een extra dag in Venlo omdat er thuis nog niks te doen is. Dus deze dag kreeg ik wel een soort van keuze voorgelegd: onze zoon is er ook bij en er moest een verdeling gemakt worden: wie is er met hem op welke momenten? Opa en oma zetten zich in – superbedankt! – en hij moet ’s middags slapen en ook fatsoenlijk eten, en deze zaterdag wil mijn vriendin heel graag met vriendinnen op stap, dus ik kon zeggen: Doe maar lekker, ik ben bij die kleine. Ik kijk af en toe uit het raam, zal de stad insluipen als het uitkomt, probeer even bij de Zoepkoel binnen te komen omdat vrienden uit Tegelen moeten zingen, maar gaat het niet dan gaat het niet. Tegen een uur of zeven zijn die hekken verdwenen, zijn de polsbandjes doorgeknipt, is de stad weer van ons.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen