Achterop de thriller (dit genretype staat trouwens voorop het boek vermeld) De vrouw in het raam staat: ‘Op een nacht denkt Anna te zien hoe de buurvrouw wordt vermoord.’ Een spannend boek dus, een thriller met een moord. Dat wordt speuren, dat wordt huiveren. Dit boek echter is veel meer dan een doorsnee thriller: het is een toproman van ruim vierhonderd bladzijden die aan spanning vooral de vertelling zelf te bieden heeft.
De eerste tekenen van de moord beginnen te dagen op bladzijde 115 en pas dertig bladzijden verder gebeurt er iets wat op die moord lijkt en vanaf dat moment worstelt vertelster Anna dubbel met haar stoornis, die is veel belangrijker dan die moord.
De schrijver, AJ Finn, een pseudoniem, bouwt heel gestaagd en secuur zijn vrouwelijke verteller op. Deze Anna Fox durft haar huis niet meer uit, drinkt erg veel rode wijn, en soms witte, geeft via internet mensen psychologisch advies, gluurt naar de buren aan de overkant, en speelt online schaak.
Een spannend boek dat zich afspeelt in een enkel huis, met een verteller die zo gek als een deur is, dat neigt eerder naar een psychologische roman. Moord en thriller, dit boek had wat mij betreft zonder gekund, ook op de cover, maar ik begrijp dat vooral verkooptechnisch gedacht is. Laten we het een thriller noemen, en geen spannende roman, dat vinden lezers vies.
Een bijzondere vertelling, dat is het wel. In dagboekschetsen houdt Anna Fox bij wat ze doet op zo’n dag in dat huis van haar. Allemaal helder. Ze is niet bang voor mensen, die komen gewoon op bezoek. Ze durft niet naar buiten. Heel terloops voegt Finn dat drinken toe aan deze vertelling. Op honderd verschillende manieren laat hij haar melden dat ze zin heeft in een glas, dat ze toe is aan een nipje, dat ze dorst heeft. ‘Twee uur later sluis ik de laatste wijn door mijn keel en zet de fles op de salontafel.’ Heel sterk gedaan, koel en alledaags. Als ze na de moord probeert hulp te zoeken schetst ze even het beeld van een nachtkastje waar een wijnglas staat, zo maar los in een zinnetje, tussen de andere spullen. Steeds die wijn, die glazen, dat drinken. Het leest volkomen natuurlijk.
Wel jammer dat de dagboekvorm erg breed opgezet is. Van de eerste dertig bladzijden tekst zijn er elf compleet leeg of er staat op zo’n pagina alleen de datum vermeld. Een staaltje tekst oppompen, en gelukkig neemt dat aantal witte bladzijden gaandeweg af, past er meer tekst op een dag, eigenlijk.
Aandoenlijk is de scheiding van Anna. Ze mist haar ex Ed, en ze heeft nog goed en grappig contact met hem. Geen cliché van een vechtscheiding dus, waar andere thrillerauteurs voor gekozen zouden hebben, maar een paar mooie scènes die aangeven dat die man ook best nog van deze labiele vrouw houdt maar dat hij op een gegeven moment nou eenmaal voor zichzelf en hun dochter moest kiezen. Ze praten er prachtig over, innig zelfs.
Korte beeldende zinnetjes geven de vertelling glans. ‘De kruin van haar hoofd is een krans in het avondrood.’ Je weet niet of deze Anna zulke beelden gewoon ziet of ze verzint omdat ze een wijntje te veel heeft gehad, en precies daarin schuilt de kracht van deze thriller. Als ze iets zegt, dan vult ze herhaaldelijk aan: ‘zei ik’, alsof ze even voor zichzelf bevestigd wil hebben dat ze daadwerkelijk sprak. Ze weet het niet. Denken en praten, vertellen, het loopt in elkaar over, en dat maakt dit proza zo spannend.
Als ze die buurvrouw vermoord ziet worden twijfelt ze meteen, en anderen met haar. Opeens komt de buitenwereld naar binnen: politie en de buren, op een andere manier dan daarvoor. Die openheid verandert het boek: juist die beslotenheid van dat huis was prettig. Toch kan het boek gemakkelijk die buitenwereld hebben, verteller Anna is zo gek als een deur en in die gekte schuilt voldoende beslotenheid, waanzin en twijfel om de lijn van de eerste honderdvijftig bladzijden moeiteloos nog tweehonderdvijftig bladzijden door te trekken.
Als Anna naar buiten wil, naar buiten moet, om een buurvrouw iets te vragen, om haar eigenlijk te stalken, gedacht vanuit die buurvrouw, gebruikt ze haar paraplu als wapen en als schild tegelijk. Een recept dat eerder in het boek beproeft is maar nu groots wordt uitgewerkt. Het loopt uit op een fiasco, dat was te verwachten, die paraplu bij terugkeer in huis nog steeds bungelend aan haar arm.
Natuurlijk blijkt dan ook na welk trauma deze vreemde en aandoenlijk problematische Anna zichzelf zo in de nesten heeft gewerkt. Voor de novel-noir is dat mooi, voor de vertelling maakt het niks uit. Eigenlijk onderbreken die flashbacks enigszins de vertelling in het nu, met wijn en waan. En die vertelling glinstert.
Natuurlijk zijn er wendingen en die maken van dit boek toch nog een beetje een thriller, al is de spanning volledig suspense: alles vanuit suggestie, vanuit beelden, vanuit een verteller die van het padje af is, of toch niet? Die wendingen geven de lezer het gevoel dat de schrijver je met opzet heeft doen geloven in de wegen die hij heeft uitgezet; dat heeft hij vanzelfsprekend gedaan, de vertelling op zich kan dat niet. Die wendingen maken verschil tussen verteller en boek: dat laatste heeft binnen het genre wendingen nodig, de verteller drinkt gewoon haar wijntje en heeft waanbeelden, maar denkt niet in thrillerwendingen, die denkt alleen aan haar eigen verhaal en vertelstem, daaraan heeft ze genoeg.
Al met al een geweldig boek, een van de beste suspense-romans die ik de laatste jaren las. Zal nog veel als voorbeeld op mijn schrijfavonden gebruikt worden. Hoe kun je spanning in een tekst krijgen zonder achtervolgingen, gruwelijke lustmoorden, zwart-witte dader-slachtoffer verhoudingen en clichékarakters? Hoe kan een vertelling vanuit een eenvoudig consequent vertrekpunt spannend zijn?
Het boek heeft toch nog een kleine achtervolging. Het boek telt honderd hoofdstukjes, de cijfers allemaal helemaal uitgeschreven, en voor mij is het toch een stuk of vier, vijf hoofdstukjes te lang, want de ontknoping is erg slim en er is heel goed naartoe gewerkt, maar die achtervolging in dat huis, dat hoefde van mij niet. Neemt niet weg dat suspense werkt met het onthouden van informatie, het sturen van beelden, het geloven in verhalen en in waar ze vandaan komen. Bijzonder goed gedaan in De vrouw in het raam.
Dit wordt een klassieker.
Beste zin: ‘Vandaag geen wijn, heb ik besloten, of althans niet vanochtend.’

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen