Kom je net van een geslaagd Boekenbal – na een voorprogramma dat op de woorden van Tommy Wieringa over Menno Wigman en het zingen van Trijntje Oosterhuis na leek bedoeld om de aanwezigen flink te kwellen; met dans van dames op leeftijd die hun vrouwelijkheid probeerden te benadrukken, een pianist die speelde dat hij zijn tekst kwijt was en een man met een hondenmasker die een lang en bloedeloos verhaal hield over een fetish: hondenmaskers – lees je ’s ochtends langs de lijn van het voetbalveld twee recensies van 300 woorden, in de Volkskrant, over het debuut van Marieke Lucas Rijneveld en over het boekenweekgeschenk van Griet op de Beeck. Driehonderd woorden, over boeken.
Over dat eerste boek schreef ik op deze site ook, iets meer dan 300 woorden en een cliffhanger, want die recensie ging die avond door bij Athenaeum boekhandel. Over die Volkskrantrecensie kan ik weinig melden. Bo van Houwelingen vindt dat Rijneveld soms haar beelden wat vaak herhaalt, en dat heeft effect op de lezer. Kan ik begrijpen. Het is een behoorlijk onderbouwde bespreking, maar wel erg kort.
De recensie van Arjan Peters over het geschenk (geschenk!) werd tijdens het bal al veel besproken: Waarom werd Griet op de Beeck zo afgemaakt? Daar was ik benieuwd naar. Niet om haar, want ik vind haar een leuke schrijver die helaas nogal opkijkt tegen Jonathan Franzen, maar dat is een ander verhaal. De keuze om haar het boekenweekgeschenk te laten schrijven begrijp ik: ze bedient een publiek. Een groot publiek. Niks mis mee, maar nu had dus een serieus criticus dat boek gefileerd. Ik wilde weten met welke argumenten.
Daar kan ik kort over zijn, want die recensie is beschamend. Het geschenk (een geschenk!) dat wordt gemaakt om mensen enthousiast voor lezen maken, een extraatje bij een aangekocht boek, typeert hij werkelijk waar met één enkel woord: kwezeligheid.
Mijn tekstverwerkingsprogramma zet een rood kringellijntje onder dat woord en ook ik weet niet wat het betekent, daar gaat het niet om. Dat ene woord verantwoordt blijkbaar de ene ster die aan het boek gegeven wordt. Het oordeel: waardeloos.
Maar de argumenten? Zijn die er wel? Klopt de stijl niet, de vertelling, het gebruik van tijd en plaats? Kom maar op.
Niks van dat alles. Uit drie zinnetjes (drie zinnetjes!) die Peters als voorbeeld gebruikt moet die kwezeligheid blijken. Het is heel goed mogelijk een boek aan de hand van een zin door te zagen maar dan moet je wel verbanden leggen met de rest van de vertelling, met de personages, met de tijdspanne, met de overdrachtelijkheid en de technische keuzes. Daar komt Peters niet aan toe, hij beperkt zich tot:

‘Te midden van de arme kinderen voelde Olivia ‘al dat onaanvaardbare waarvan ze besefte dat ze het alleen maar kon aanvaarden’. Of deze, over het verliefde stel: ‘Ze stapten zomaar op een trein en merkten wel waar ze uitkwamen, op hun leeftijd was dat betaalbaar.’ Het zal godverdomme eens wat kosten! Nadat ze voor de tweede keer met deodorant onder haar oksels heeft gerold, is Olivia klaar voor een liefdesnacht. ‘Iets kunnen doen is zoveel beter dan niks kunnen doen.’

Die eerste zin loopt niet heel erg lekker maar ik begrijp wat Op de Beeck vertelt. Gelatenheid. Lezers begrijpen dat. Het is precies een zin uit een geschenk (geschenk!) die je verwacht bij deze schrijver, want zij drukt zich zo uit. Die betaalbaarheid, ook prima. Zo werken die zaken. Dat heeft niets te maken met de vloekende zuinigheid die Peters erbij haalt. En iets doen is beter dan niks kunnen doen, ook een zin van Op de Beeck die evengoed uit haar andere werk kan komen.
Het is geen recensie over het boekenweekgeschenk (geschenk!) maar een stukje over de keuze om Griet op de Beeck dit geschenk te laten schrijven. Ook is het typerend voor de bedroevende staat van de huidige literaire kritiek die lezersreacties op lezerssites achterna gaat: je roept gewoon als simpele lezer wat over een boek, een oordeel, gauw een of twee sterren aanklikken, en klaar. Geen enkele analyse over hoe het boek geschreven is.

Laatst kreeg in een bespreking van mijn eerste thriller opgestuurd, door het tijdschrift Ons erfdeel, een Vlaams tijdschrift. Het oordeel: ‘Achteraf blijf je met vragen zitten, want in het verhaal kloppen een paar zaken niet.’ Om vervolgens niet te zeggen wat er niet klopt.
We hebben hier van doen met een lezer die niet kan hebben dat een verteller dingen vertelt waar hij niet bij was. Zaken die hij invult dus, verzonnen. Fictie. Deze Vlaamse recensent is zelf thrillerschrijver, van boeken die steevast door een derde persoonsverteller (uiterst betrouwbaar) uiteengezet worden, waarbij de afspraak is: alles wat ik vertel klopt, alleen hou ik soms wat informatie achter. Dat is spannend. Dat is ook een manier. Dat de beste man een ander type verteller niet trekt betekent niet dat er in mijn thriller zaken niet kloppen.
Verder wordt nog even aangestipt dat de stijl matig is en het plot weinig origineel, oppervlakkig en rammelend, zonder voorbeelden te noemen en de verteller (onbetrouwbare verteller) te duiden. ‘U zult dit artikel interessant vinden,’ schreef de redacteur van Ons erfdeel in een begeleidend briefje. Zeker interessant. Ik heb teruggemaild dat ik de recensent niks verwijt, maar een redacteur die in zijn tijdschrift genoegen neemt met deze manier van boeken bespreken is niks waard.
Wat er eigenlijk gebeurt: een recensent gaat in een restaurant eten en plaatst later op Iens een bespreking: ‘Het was niet lekker.’ Zonder te vertellen hoe die aardappeltjes verprutst waren, wat er mis was aan de gegrilde groentes en hoe het vlees verkeerd bereid was, te lang gebakken, te veel vet, de pan niet heet genoeg. Die recensent is namelijk geen kok. Hij kauwt op zijn eigen maagzuur en spreekt vervolgens een oordeel uit over het eten.
Wat Peters in de krant doet is nog een graadje erger. Hij wordt betaald om over eten te schrijven, gaat op kosten van een ander bij Loetje eten, krijgt een biefstuk (geschenk!) en zegt vervolgens: ‘Ik had liever gamba’s gehad, wat moet ik hiermee? Er zat godverdomme nog jus bij ook!’

Ruim duizend woorden over een recensie van driehonderd woorden. Zo liggen tegenwoordig de verhoudingen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen