Als er een ruimtewezen in Nederland zou landen en je zou hem een tijdje laten rondkijken in ons land en hem daarna vragen: Wie denk je dat hier de baas is? Dan is de kans groot dat dit ruimtewezen zegt: De honden.
Ze lopen heerlijk over straat en allemaal hebben ze een slaaf aan een riem achter zich aan die hun kak opruimt.
Aan dat verhaal moest ik denken toen ik in de trein ergens in het noorden van Nederland een vrouw vier stoelen bezet zag houden. De vrouw nam maar een stoel in maar ze was niet in haar eentje, ze had een grote hond bij zich die tegenover haar languit op de bank lag en naast haar stond haar tas, voornamelijk gevuld met spullen voor de hond.
Die hond is mank, dacht ik af te lezen aan het verband om zijn voorpoot, maar dat was niet zo. Dat was gewoon een bandage, iets met mode. De hond kon prima lopen, merkte ik toen ze in Zwolle uitstapte. Rennen zelfs. De hond snelde het overkapte perron over en piste langdurig tegen een pilaar. Op deze plek, een buitenruimte die voelt als binnen, deed het me denken aan wildplassen.
Waarom neemt die vrouw met haar hond zo veel plaats in? Ik begrijp de hond, die moet piesen of bakent zijn territorium af, maar die vrouw begrijp ik niet. Van waar die vreemde sociale houding waarin alles afgestemd is op haar hond?

In Nederland zijn een paar regels opgesteld voor hondenbezitters: poep opruimen wordt op prijs gesteld en is soms verplicht. Het minste wat je kunt doen, lijkt me. In het Sarphatipark in Amsterdam mogen in één helft geen honden komen. Heel goed. Het laat de honden die er toch komen, die door hun baasjes over het wildrooster heen getild worden, extra opvallen. Het geeft mensen de kans de baasjes erop aan te spreken. Maar ook maakt dit onderscheid de helft van het park waar wel honden mogen komen erg smerig. Het terugdringen van hun territorium maakt de bereidheid van hondenliefhebbers om de kak op te ruimen blijkbaar minder.
Verdere omgangsregels zijn er niet. Sociale omgang tussen mens en dier is persoonsafhankelijk.
Een voorbeeld dichtbij mezelf: de hond aan een lange lijn die van een straat een hindernisbaan maakt. Ik ken dit van mijn ex. Zij had een hondje. Als ze op straat in gesprek raakte met een bekende liep de hond door, aan een lange lijn. Van zichzelf en haar hond en de lijn maakte ze een obstakel waar andere mensen last van hadden. Bloedirritant, vond ik dat, maar als ik er iets van zei moest ik niet zeuren, het was allemaal niet zo erg.

Sociale omgang met dieren, daarover schreef Eva Meijer ooit in Trouw: ‘Ga eens met dieren in gesprek.’ Natuurlijk niet zoals met mensen, voegde ze eraan toe. Maar kijk naar hoe dieren onderling communiceren. Interessant, zeker omdat sommige dierenliefhebbers amper nog met andere mensen in gesprek gaan.
Ik denk aan Bokito, die zo lang gesard werd door een vrouw die dacht met deze gorilla in Blijdorp te communiceren dat de aap over de sloot sprong en de vrouw aanviel. Is dat ook communicatie?
Dieren communiceren en volgens Meijer geeft dat dieren rechten, of andersoortige menselijke zaken. Dieren echter bepalen geen beleid, ruimen geen kak op, pikken mededieren dood als dat nodig is en projecteren hun liefde en genegenheid in de meeste gevallen enkel en alleen op hun eigen baasje. Gooi een stukje brood naar een vlucht duiven of een toom eenden en ze vechten elkaar kapot.
Gelukkig zijn mensen anders. Mensen zijn tot op zekere hoogte bereid bepaalde waarden hoog te houden en te delen; door het betalen van belasting kan in ons land de straatverlichting branden, worden er natuurgebieden beheerd, kunnen kinderen naar school, krijgen de minstbedeelden een uitkering.
Sommige dierenliefhebbers zijn zo doorgeslagen in hun liefde voor dat ene dier dat ze om medemensen niks meer geven.

Afgelopen zomer lunchte ik op het terras van het Americain op het Leidseplein. Vlak voor ons tafeltje de bruisende fontein. Het was warm, er zaten mensen op de rand van de fontein, toeristen die verkoeling zoeken, maar de omgeving hier is net te sjiek om pootje te baden. Toch was er een vrouw die haar hond in het water zette. Ze deed hem gewoon in bad. Toen ze klaar was schudde de hond zich uit, hij spetterde mensen nat. Daarna klom hij tegen zijn baasje op en gebruikte haar wollen vest als handdoek.
Wat zou Cesar Millan hiervan vinden? Zijn programma over het opvoeden van honden, The dog whisperer, zie ik graag. Die man begrijpt onhandelbare honden. Hij is ze in ieder geval de baas. Hij weet dat iedere hond iemand nodig heeft die de lijnen uitzet, die respect afdwingt, die de baas is. Hij is geen slaaf van zijn honden en ook niet van andermans honden. Knap.

Ik kom uit een boerengebied. Daar wordt zeker gecommuniceerd met dieren, boeren zijn daar erg goed in. Dierenactivisten zien boeren niet als cow whisperers, maar toch weet ik zeker dat mijn neef, die de familieboerderij inmiddels runt, beter met koeien kan praten en vooral beter naar ze kan luisteren dan een wetenschapper in de dierencommunicatie. Hij heeft echter ook oog voor de melkprijs, want hij heeft een bedrijf. Activisten zijn heel vrijblijvend met dieren. Ze maken van alle dieren huisdieren.
Let maar eens op hondenbezitters. De grote meerderheid laat op het gemak hun hond uit en heeft de plasticzakjes al klaar om de rommel op te ruimen. Aan die mensen zie ik dat een huisdier afleiding geeft, lekker een stukje wandelen, even de gedachten verzetten. Dan is het contact met andere hondenbezitters ook mooi, dan volgt een gesprek van mens tot mens. Dat vond ik zelf ook leuk aan het uitlaten van de hond.
Bij een aantal hondenliefhebbers is echter die sociale kant van hun huisdier vervaagd en ligt de focus volledig op het dier. Zij geven het ruimtewezen dat denkt dat honden hier de baas zijn gelijk.

Jan van Mersbergen