Leuk artikel afgelopen week: een betoog van een schrijver die uitlegt waarom zijn nieuwe boek in eigen beheer verschijnt. Het gaat om Henry Sepers. Hij werd ooit uitgegeven door de Arbeiderspers, een paar romans.
Twintig jaar geleden had de Arbeiderspers groot vertrouwen in Sepers, leert een oud artikel uit de Volkskrant ons. De uitgeverij plaatste destijds een als recensie vermomde advertentie in Vrij Nederland: een droomrecensie over de roman Bedachte stad. Heel slim: het zou de lezers doen geloven dat het een geweldig boek was – in die tijd waren krantenrecensies nog bepalend voor de inkoop van boeken in de boekhandel en ook voor de verkoop.
Sepers destijds: ‘Lezers worden door de media ook op het verkeerde been gezet. Het is een daad van rechtvaardigheid.’
Goed gedacht, de media even terugpakken met eigen middelen. Het geeft ook aan dat dit wereldje totaal onrechtvaardig is, twintig jaar geleden en nu nog steeds, want geen uitgeverij wilde de nieuwste roman van Sepers gepubliceren. In het recente artikel zegt Sepers: ‘…eigenlijk ging de uitgever alleen nog in zee met debutanten en Bekende Nederlanders. Uitgevers waren in schrijvers zoals ik volgens hem niet geïnteresseerd.’
Dat was teleurstellend, en Sepers legt uit dat het niet aan het boek lag: ‘Het boek was goed, echt waar, maar de afdeling Verkoop zag er geen heil in. Mijn werk was in de voorgaande jaren onvoldoende verkocht en men durfde een nieuwe publicatie niet aan.’

Die redenaties zijn bekend. Er zijn veel schrijvers die aan erg goede boeken werken, en die meesterwerken worden enkel niet gepubliceerd omdat starre verkoopafdelingen van uitgeverijen geen zicht hebben op kwaliteit, die denken alleen aan de cijfers.
Maar Henry Sepers laat zich niet kennen. ‘Nu kun je besluiten om iemand niet meer uit te geven, maar je kunt hem niet verbieden te schrijven. Ik was dan ook vastbesloten om door te blijven werken, met dezelfde passie als altijd.’
Niemand verbiedt hem het schrijven! Dat zal geen uitgever doen hoor, dat is net zoiets als tegen mensen zeggen dat ze niet meer naar zolder mogen om hun treinverzameling te zien. Ga er lekker mee spelen, maar trek de deur achter je dicht.
Sepers sluit af met: ‘Ik ga ondergronds. Off Broadway. Trek me terug in de kleinst mogelijke niche. De markt mag bepalen hoeveel lezers ik krijg, de markt bepaalt niet hoeveel ik schrijf. Er zullen van mij zeker nog meer romans en dichtbundels verschijnen. Via welk platform of welke uitgeverij dan ook en geschreven zoals ik dat wil, zonder dat ik me bezig hoef te houden met big data of het Bekende-Nederlanderschap.’
De verfoeide markt zal het zenden van Sepers niet bepalen. Hij zal schrijven zonder het juk van cijfers en bekendheid. Misschien weer met een nep-recensie, een dure advertentie die de mensen tot koop zal lokken. Er staan dozen bij hem in de gang, daarin zijn nieuwe roman. Wil je het boek lezen (het is goed, echt waar), dan kun je het bestellen.
De truc is: Henry Sepers is al heel lang ondergronds, dat hoeft niet zo dreigend gebracht te worden. Hij zit niet Off Broadway, maar ergens achter de Geraniumsteeg.

Een andere truc is: Wat schrijft Sepers dan eigenlijk? Hij vindt het zelf goed (echt waar), en het publiceren waard. In zijn brief echter geen woord over zijn proza, geen fragmentje, en ook geen woord over de lezer, behalve mogelijke aantallen lezers. Daarom hier een fragment.

‘Yves is al een eeuwigheid met Yvette. Ontmaagdt haar op haar zestiende zonder een voorbehoedsmiddel te gebruiken. Twee weken lang zitten de geliefden in angst. Yvette kan zwanger zijn, maar de test is negatief en zal dat later telkens opnieuw zijn: in het vierde jaar van hun huwelijk blijkt Yves onvruchtbaar. Yvette begint hem daarom stil te haten, een gevoel dat haar even vertrouwd wordt als haar lichaam, en dat, als ze samen op de veranda zitten en kijken naar de zon die langzaam ondergaat boven het kleine meertje, sprekend op liefde lijkt.
Dat ze katten nemen, ligt voor de hand, al worden het er wel erg veel. Een groot verdriet is een onverzadigbaar monster.’

Wat doet dit met een lezer? Wat zullen die redacteuren en literair agenten hierover gezegd hebben? Zullen die de verkoopafdeling nodig hebben om Segers een gemotiveerde afwijzing te sturen?
Die ‘eeuwigheid’, wat bedoel je daarmee, Henry? Erg lang? Drie jaar? Een paar uur? Zou allemaal kunnn.
En ‘hij is met…’ betekent dat dat die mensen, Y en Y, een relatie hebben? Zeg je dat zo? Zoals ‘hij vrijt met’ of ‘hij wandelt met’ of ‘hij eet een frietje met’. Alle mogelijke verhoudingen met, in één zin? Het kan maar het is wel erg algemeen.
‘Zonder een voorbehoedsmiddel,’ kan dat niet wat lekkerder en concreter verteld? ‘Hij ontmaagdt haar op haar zestiende, de pil slikte ze nog niet en aan een condoom had Yves niet gedacht.’ Dat bekt beter dan ‘voorbehoedsmiddel’.
‘Twee weken lang zitten de geliefden in angst.’ Dat is nog vrij kort – maakt niet uit, de vraag is: hoe zitten die beste mensen in angst, die twee weken? Dat zou ik wel graag willen zien. Wat doe je als je in angst zit? Hou je elkaar vast, al die tijd, of kijk je samen tv?
‘Yvette kan zwanger zijn,’ ja dat begrijp ik, vandaar die angst waar ze twee weken in zaten. ‘Maar de test is negatief.’ Ah, gelukkig maar, dat zal de angst wel wegnemen, maar nee, de testen bleven heel lang negatief, want (forse tijdsprong) opeens zijn ze vier jaar getrouwd en lukt het nog steeds niet om Yvette zwanger te krijgen. Veel ingewikkelde problemen, uitgesmeerd over vele jaren, in een klein zinnetje. Dat maakt nog geen bondig proza, dat maakt ongenuanceerd babbelproza.
‘Yvette begint hem daarom stil te haten, een gevoel dat haar even vertrouwd wordt als haar lichaam…’ Dat is een slimme oplossing: de man die je al bij het brommers kijken zwanger had moeten maken een huwelijk lang haten, maar niks zeggen. Heel subtiel. En dan bedoel ik niet dat deze Yvette iets mist omdat ze die pipo haat, ik bedoel dat uitleggerig proza die haat niet overbrengt, totaal niet.
‘Voelt wel vertrouwd, dat gevoel.’ Mooi, ook goed om te weten. ‘Net als haar lichaam,’ prettige maar holle aanvulling omdat ik geen idee heb hoe dat vertrouwde lichaam eruit ziet. Daarvan een beeld vormen, daar geeft deze tekst geen lucht voor.
Er is ook rust en idylle: ‘als ze samen op de veranda zitten en kijken naar de zon die langzaam ondergaat boven het kleine meertje, sprekend op liefde lijkt.’
Hoe ze bij dat meertje gekomen zijn, geen idee, wel is duidelijk dat het vertrouwde gevoel van die dame op liefde lijkt. Goed, nou ja het lijkt op liefde. Wat het werkelijk is, dat wordt verzwegen.
Een zin verder ‘nemen ze katten,’ daar begint voor mij het verhaal. ‘Yvette kocht twee katten.’ Dat zou een mooi zinnetje zijn. Bij ‘katten nemen’ denk ik aan iets anders. Desnoods schaf je die beesten aan, maakt niet uit, haal je ze uit het asiel of uit de dierenwinkel, ‘katten nemen,’ dat is het niet.
Ook die katten gebruikten geen voorbehoedsmiddelen, leert het fragment ons, want het gaat nog even door, in een expliciete brakke en springerige stijl, met veel uitleg en weinig beelden, vol vage zinnen als: ‘Yvette kijkt even van terzijde naar haar man. Je weet het bij hem nooit met vrouwen.’
‘Van terzijde,’ voegt dat iets toe? Hij zat naast haar, weet ik nu. Maar je weet het bij hem nooit.

Het fijne van proza is: ook al is het heel goed, echt waar, proza is te analyseren en alle vragen die een stukje tekst oproepen en de lezer het bos insturen zijn te duiden. De onwil van een schrijver om iets aan die opmerkingen te doen wordt vaak door deze schrijvers verward met onwil van uitgevers en vooral marketeers die zich blindstaren op verkoopcijfers. Schopt de schrijver het niet tot redactionele opmerkingen dan is de tekst zelfs die opmerkingen niet waard – een optie die in dit geval voor de hand ligt.
Schrijvers die met serieuze uitgeverijen werken zijn doorgaans helemaal niet zo stellig over hun eigen boeken; ze weten dat er aan iedere zin nog gesleuteld kan worden. En dat doen ze dan ook met regelmaat. Ze weten dat het boek nog niet goed is (echt waar), en ze maken dat boek dus beter. Samen met de redacteur, met de uitgeverij.
Sepers trekt zich nu terug in de kleinst mogelijke niche, maar hij schrijft door, ‘zoals hij dat wil, zonder zich bezig te hoeven houden met big data of het Bekende-Nederlanderschap’.
Een kleine aanvulling: hij zal zich ook niet bezighouden met spannend overdrachtelijk goedgeschreven proza, en hij zal zich geen moment bezighouden met de lezer.

«

Jan van Mersbergen