Het was vooral bekend terrein, de presentatie. Met opzet. Ik heb flink wat boekpresentaties achter de rug en als er iets is wat ik nooit meer wil dan is het in een hoekje van een boekwinkel staan waar na een half uurtje het bier al op is. Meestal zijn die presentaties om vijf uur op een donderdagmiddag. Dan kan niemand. En al gauw gaan mensen weg, ze gaan eten. De opzet van die presentaties is: iedereen wil er gauw vanaf zijn.
Deze presentatie was in de lunchroom waar ik mijn Schrijfcafé hou, goed terrein. Mensen achter de bar: vrienden. Publiek: familie, vrienden, bekenden. Peter Buwalda kreeg het eerste exemplaar. Hij deed een mooi praatje over lezen en over schrijven. Over hoe het lezen van iemand anders je eigen schrijven kan beïnvloeden. Dat is interessant.
Na de presentatie, hadden we heel slim afgesproken, was er naopraote met de vastelaovesvereniging. Die afspraken zijn het tegenovergestelde van een boekpresentatie: geen eindtijd, geen gedoe over geld, gelijkgestemden, en goeie vrienden.
Bij de presentatie stonden we buiten. Het was zo’n beetje wachten tot de boel dicht kon, dan konden wij beginnen. Het einde was voor ons het begin.
Er was bier. En er was een thriller. Een van mijn vrienden vroeg: Heeft dit boek nou eindelijk wel een keer een clou?
Ik nam een slok bier en zei: Clou-clou-clou.

Jan van Mersbergen