Naar de bakker voor taart.
Drie gelegenheden met taart maar het mooiste is die jongen van anderhalf naar de doos te zien kijken, zien wijzen, hem horen zeggen: ‘Ete.’
Ja het is eten, lekker.
En dan de doos openmaken en daar is de taart. Grote ogen. Iedereen hetzelfde stukje op een bordje, hij alleen een plastic bordje. Grote vork.
Hij weet met de vork in zijn linkerhand en in zijn rechterhand stukjes van de boden, van de cake waar yoghurt in schijnt te zitten.
Hij likt slagroom van zijn vingers.
Hij eet heel rustig en geconcentreerd tot hij genoeg heeft en het bordje van hem vandaan duwt.
Over een halfuurtje gaat hij al naar bed.

Jan van Mersbergen