Ik kook graag. Bij het gezin waarvan ik bijna zeven jaar geleden afscheid nam kookte ik graag. Ik kookte iedere dag. Ik sprak met mijn zoon, dochter en ex af: we eten om zes uur.
Ik ging koken.
Het werd zes uur. Ik zette het eten op tafel. Er kwam niemand aan tafel.
Roepen? Ik wilde niet roepen.
Ik begon alvast te eten.
Het eten stond koud te worden. Mijn zoon was ergens in huis, mijn dochter keek tv of las een Donald Duck, mijn ex lag boven op bed uit te rusten.
Ik at. Waarschijnlijk spaghetti.
Ik dacht: als ik mijn bord leeg heb voor er iemand aan tafel zit, dan gooi ik alles in de vuilnisbak.
Ik at mijn bord leeg, alleen. Nog even wachten. Toen liep ik met de pan naar de vuilnisbak.

In de Taiwanese film Eat Drink Man Woman kookt een vader voor zijn dochters. Bijzonder smakelijk in beeld gebracht, en toch… als het gezin eenmaal aan tafel zit blijkt eten bereiden voor een gezin meer te zijn dan dat, het samen eten ook. Het laat de verhoudingen zien.
Kinderen betekent: zorgen.
Eten koken, flesje melk geven, een luier verschonen, aan tafel zitten, ongemakkelijke stiltes. Afspraken. Als dat scheef is ben je verloren. Maar het gezin en de verhoudingen zijn er nog.
In de film bidt een van de dochters:
‘God, breng alstublieft geluk voor onze familie en dank u voor dit fantastische diner en dank u voor het opnieuw samenbrengen van onze familie in vrolijkheid. In de naam van Jezus, amen.’
Ze zitten aan tafel: vader en dochters. In geluk, iedere zondag zo’n diner. En toch is de sfeer geladen.
Die stilte aan tafel. Dat herken ik.
Alleen koken, het kan. Alleen het eten opeten dat je alleen gekookt hebt, dat was eigenlijk het einde van dat gezin, ook al ging ik pas veel later daar weg.

Jan van Mersbergen