Hoe ontdekte je het?
Die vraag is mij de afgelopen vijftien jaar veel gesteld is. Hoe ontdekte je die tumor? Maar dan zonder die tumor te benoemen.
Door te voelen, deze maand vijftien jaar geleden.
De meeste tumoren zijn niet te voelen. Ze verschuilen zich in darmen, longen, lymfe, in je hoofd als je echt pech hebt. Was het een geluk dat die tumor aan de buitenkant van mijn lijf zat? In een van mijn ballen?
Ik denk het wel. Die plek heeft twee voordelen: hij is bereikbaar en buiten je lijf.
Woestijnvossen hebben geen grote oren om goed te kunnen horen, het zijn koeloppervlaktes waar bloed doorheen stroomt, enigszins buiten hun lijfjes. Zaadballen hebben dezelfde koeling nodig en zijn daarom niet opgenomen in je lichaam. Ze hangen buiten. Andere bijkomstigheid: ze hangen op een plek waar een gezonde man dagelijks aan voelt.
Was het geluk?
Ik voelde iets hards, rond, hoorde daar niet thuis.
Ik wist het meteen: niet goed.
Geluk?
Iedere tinteling brengt de angst terug, en dan mogen plaats en bereikbaarheid in orde zijn, het gevoel komt nooit in de buurt van geluk. Onder de douche niet. Op de fiets niet.
Die angst is niet gekoppeld aan ziekte of aan bedreiging, aan leven of dood. Die angst is alleen gekoppeld aan de mensen die dichtbij me staan. Iedere tinteling fluistert me direct in: Wat ga ik zeggen?
Als het terugkomt, wat ga ik zeggen?
Ik ben een man die niks zegt. Ik praat graag, maar op dat moment weet ik dat ik eerst helemaal niks zal zeggen. Niemand lastig wil vallen. Niemand belasten.
Die gedachte doet de temperatuur van de douche veranderen zonder dat ik aan de knop zit, warmer of kouder, dat verschilt. In films leggen acteurs hun voorhoofd tegen de koude tegels. Dat doe ik nooit. Wel sta ik heel stil en wacht ik tot de temperatuur van het water weer verandert.
Die gedachte doet het verkeer om me heen vervagen als ik op de fiets zit. Dan moet ik even stoppen.
Ik weet tegen wie ik het ga zeggen, en wat ik ga zeggen. Dat vertrouwen is er inmiddels. Even stoppen, even stilstaan en voelen.
Geluk is die tinteling voelen en weten tegen wie ik het ga zeggen en wat ik ga zeggen.

Jan van Mersbergen