Een man en een Surinaamse vrouw fietsen langs de kade. De man zegt: ‘En toen viel in 89 de muur en veranderde alles.’ Ze luistert niet. Ze kijkt naar de bootjes op de gracht.
Als ik dezelfde weg terug fiets staan ze op de hoek van de straat. De man zegt: ‘Er zijn landen in Azië waar je een boete krijgt van 500 dollar voor het…’
De rest kan ik niet meer verstaan. Ik weet dat het gaat over het weggooien van een sigaret. In Singapore staan daar hoge boetes op.
De vrouw kijkt al die tijd naar het water, naar het zonlicht dat glinstert op de golfjes van de bootjes.

Bij de ingang van het park liggen wildroosters. Ook staan er borden: hier geen honden. De eerste vrouw probeert haar twee kleine hondjes eroverheen te tillen. Ik zet mijn fiets tegen het hek, wil mijn zoon uit het zitje tillen – Ga je mee naar de speeltuin? Als de vrouw mij ziet zet ze een hondje op het pad en keert ze om.
Daarna heeft een vrouw met hakken ook veel moeite met de roosters. Haar lippenstift felrood. Zonnebril. Ze wankelt over de roosters.

Een moeder op het bankje moet glimlachen als haar dochter aan mij vraagt: ‘Mag ik er even langs.’
Ik zit op de rand van de zandbak. Ik sta op, het meisje loopt achter me langs. Tegen de moeder zeg ik: ‘Ze vroeg het wel netjes.’

Drie meisjes fietsen. Jonge vrouwen. De voorste heeft een vriendin achterop en die vraagt: ‘Hoe gaat het eigenlijk met Bas Zijdam?’
De voorste trapt stevig door, kijkt recht voor zich, en zegt: ‘I’ve had my chance.’

Jan van Mersbergen