In de hal stond een enkele tafel. daar was het rustig. Achter de klapdeuren was het eigenlijke cafégedeelte en net toen ik binnenkwam en achterin de zaak keek of er een geschikt plekje was zette het meisje van de bar een nieuw liedje op en ook draaide ze het volume omhoog, dus ik ging terug naar de hal. Achterin een paar bioscoopbankjes, bij de wc’s. Dat was ook niks. Dan maar die tafel onder de trappen. Als je omhoog keek had het wel iets sjieks.
Ik wachtte.
Er liep een jongen door de hal, heen en weer. Hij had oortjes in en een telefoon in zijn hand. Hij praatte heel zachtjes in de telefoon. Dat was irritant. Hij voerde geen gesprek, hij fluisterde en dat vraagt veel meer aandacht. En hij liep niet heen en weer, hij schuifelde. Toen kwam er een vriend van hem. Die jongen zong heel hard allerlei teksten. Hij had een geel shirt aan met het logo van Shell erop waar onder stond: hell.
Ze gingen weg. Ik wachtte. Op tafel lagen een notitieblok, mijn telefoon, mijn laptop opengeklapt, maar die zou ik straks opbergen. Ik wilde praten zonder laptop tussen ons in.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen