Boven de polder, vlakbij, cirkelde een ooievaar. Hij had enorme vleugels die aan de kant van zijn lijf wit zijn en de punten zwart. Hij ving geen vliegjes zoals zwaluwen doen of vleermuizen, die vliegen heel onrustig. Dit was vliegen als een heerser.
Een stuk afplaktape lostrekken en een hele mooie rechte scheidslijn tussen twee kleuren achterlaten, dat is toch wel het mooiste wat schilderen kan doen. Verder is het smeren en puffen.
Twee dagen schilderen, en dan die ooievaar zien op de terugweg naar de stad, dan peddel ik met een heel goed gevoel weer die kant op.
Die kleur, eerst met vlekken, na het drogen egaal op de muur die wit was.
Er zit waarschijnlijk ergens een nest, op een paal. Bij de molen, bij de oude kerk. Vroeger had je in Groot-Ammers een ooievaarsdorp. Dat was heel bijzonder, die vogels waren bijna uitgestorven.
Een lamp ophangen in de wc en denken aan die ooievaar. Hoe kunnen vogels die baby’s brengen zelf uitsterven?
Een biertje drinken na het schilderen.
Een buurmeisje met een lange vlecht op een fietsje op het stukje straat voor het huis. Een roze frame. Franjes aan het stuur. Geconcentreerd maar tegelijk zonder zorgen, er is hier geen verkeer. Ze fietst rondjes en die ooievaar waakt over zijn dorp.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen