Een paar jaar geleden draaide ik dit liedje iedere dag een paar keer. Ik zat bij een vriend in huis. Ik was opgelucht. Ik was ook bang. De dagen duurde lang maar gingen ook heel snel.
Soms is een liedje verbonden aan een bepaalde tijd, aan die maanden. Toen ik niet meer bij mijn vriend in huis woonde, ik had zelf weer een huis, kwam het bandje spelen in de bovenzaal van Paradiso. We gingen kijken.
So I drowned myself in a tall glass of whatever, zingt hij. Het is zijn liedje maar het heeft lading voor mij. Komt door het liedje en de tekst, komt ook door mijn leven, door dat moment in mijn leven. Het wordt een levenslied, maar dan een andere betekenis daarvan.
Stukje bij beetje iemands naam uit elkaar trekken. Dat zegt hij ook. Onder die dreunende piano die iets weg heeft van een orgel.
Nu zing ik het soms op de fiets. Als mijn dochter dan naast me fietst dan zingt zij ook: Ta-ta-tatatatata. Ze zingt het heel vrolijk.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen