Naast het fietspad zit een klein wit konijntje. geen wild konijn, die zijn grijs of bruin, zo’n onbestemde kleur. Dit leek op een paashaas, van witte chocolade. Een vrouw maakte een foto van het konijntje.
Verderop lag het water van de Sloterplas en het waaide flink, golven op het water. Een Chinese vrouw was aan het hardlopen. Ze had X-benen, de knieën bij elkaar. Ze waggelde.
Ik vroeg mijn dochter hoe ver het zou zijn, hier helemaal omheen lopen. Ze wist het niet. Het zag er enorm uit, dat water. Een zee. Mijn dochter keek naar het water, totaal geen intentie om ooit een keer helemaal rond de Sloterplas te gaan rennen. We gingen naar turnen, dat vindt ze wel leuk.
Toen we aten, vroeg omdat we om zes uur al in de turnhal moesten zijn, zette ik tennis aan. Nadal serveerde en schreeuwde. Wat is dat voor een geluid? vroeg mijn dochter.
Kijk maar, zei ik. Iedere keer als die blauwe de bal slaat dan hoor je het.
Tennis is stom, zei ze.
Dat konijntje vond ze niet stom. Ze vond het heel schattig. Ik zei dat er zo een roofvogel zou komen of een rat of een ander beest. Dat kleine pluisbeestje was kansloos hier.
En toch is hij schattig, zei ze.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen