Langs het slootje een paadje, bij het huis een trappetje van vier vijf treden. Riet. Reigers. Kikkers. Mijn zoon zei: Het is hier net Almkerk. Dat is mijn Brabantse dorpje, daar groeide ik op. De rust hier lijkt daar inderdaad op. Overhangende planten die plat geregend zijn en die nu al dagen over dat voetpaadje hangen. Die blijven zo hangen. In het dorp liep een riviertje, er was een brug, en zo’n paadje erlangs met schelpjes. Knisperende schelpjes. Daar fietste ik graag. Naar de dijk. Hier loopt een weggetje tussen de nieuwbouw door in de richting van de sluis en de molen. Alles wat ik ken van mijn Brabantse polder met de grote rivieren en molens en de sluizen in het kanaal waar je het beste kon vissen want dan zat je droog op het beton of op een reling, dat alles is hier ook. Alleen geen koeien.

»

Jan van Mersbergen