In het dorp kent iedereen het verhaal van het gezin dat onder aan de dijk woonde in de goedkope rijtjeswoningen aan het paadje naar de tandarts. Ze wonnen de loterij, ik weet niet meer welke. Postcodeloterij, bankgiro, staatsloterij. In ieder geval een van die grote loterijen waar je een bak geld mee kunt winnen, en iedereen wist het. Het stond in de krant en het was op tv en het stond op teletekst, maar de man en vrouw en de kinderen van dit gezin deden er zelf ook aan mee. Ze hingen de vlag uit. De vader kocht meteen een nieuwe auto en hij toeterde nog net niet als hij hem bij de supermarkt neerzette maar het scheelde niet veel. Iedere avond ging de kurk uit de fles. Maar wat er ook gebeurde: mensen kwamen die prijs halen. Familie vroeg om hulp, de buren links wilden een graantje meepikken, de buren rechts wilden wat meepikken, vrienden van hun zoon hadden wel zin in een feestje, en hoe reageer je dan daar op? Deze mensen dachten alleen aan zichzelf want niemand kreeg er ook maar iets van, zelfs de familie en de buren niet, alleen een hogere schutting zodat die buren de nieuwe tuinmeubelset niet konden zien, of alleen van boven uit het badkamerraam. Niemand kreeg wat en dan sta je na een tijdje alleen. Dan is er iemand in de familie jarig en dan ben je nog wel welkom maar dan laten ze je wel voelen dat ze alles voor zichzelf hebben gehouden. Er zat een kras op die nieuwe auto. Die vrouw kwam van de kapper met een mislukte coupe. Die zoon van hen had opeens niet meer zo veel vriendjes. Het ging helemaal verkeerd. Die lui stonden helemaal alleen met hun loterijprijs, zelfs zo alleen dat die man en vrouw iedere dag ruzie kregen en uit elkaar gingen. Auto weg, man weg, huis te koop, en we hebben nooit meer iets van hen gehoord.

Passage uit mijn nieuwe roman, verschijnt in februari.

«

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen