Een man die in Australië was gaan wonen, lang geleden, vertelde op tv dat hij zijn Nederlandse roots wilde behouden en daarom had hij een museum opgericht met klompen, krantenartikelen, foto’s van de boot die hem naar het verre land bracht en zijn eerste huis, zelf gebouwd in een dor leeg landschap. De man vertelde dat de Australische overheid na de Tweede Wereldoorlog mensen zocht die het land kwamen versterken, mensen die konden werken, die iets nieuws wilden, die de cultuur begrepen. Die kwamen bij voorkeur uit Europa. Geen Aziaten of Afrikanen, was er vanuit de overheid bepaald.
Ik weet niet of dat nog zo is. Ik was ooit in Nieuw Zeeland en daar heerste ongeveer hetzelfde beleid. Het verschil tussen Australië en Nieuw-Zeeland is wel dat de oorspronkelijke bewoners van Australië compleet in de hoek gedrukt zijn en dat de Engelsen in Nieuw Zeeland de Maori’s er niet onder kregen waardoor ze een verdrag moesten sluiten waarin bepaald werd dat ze samen het nieuwe land zouden gaan besturen. Vreemd compromis, want het was natuurlijk het land van de Maori’s, toch is het een betere oplossing dan de Australische.
In de nieuwe buurt waar we nu een paar weken wonen zijn Amsterdammers die de kleine huizen in de stad ontvlucht zijn en buitenlanders dominant. Specifieker: allemaal werkende gezinnen die een koophuis kunnen betalen. Herkomst: Polen, Engeland, China, Marokko. Hier te wonen, in een zomers klimaat, met flinke fietsafstanden, in een achtertuin waar je over geen enkele schutting Nederlands hoort, voelt ook als emigratie.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen