Op het smalle weggetje door de polder tussen ons stukje van Sloten en Nieuw West, zei mijn dochter: Volgens mij zag ik een euro liggen.
We trapten allebei al wat langzamer. Ik vroeg: Zullen we kijken?
Dat vond ze wel een goed idee. We draaiden om en reden langs de linker kant van de weg terug, heel langzaam. Mijn zoontje zat in zijn fietsstoeltje en leek ook naar het asfalt te kijken. Toen zag ik inderdaad een euro liggen, vlakbij de berm maar nog net op de weg.
Daar ligt-ie, zei ik.
Mijn dochter stopte en raapte de euro op. Ze keek heel blij.
Toen fietsten we naar het kinderdagverblijf en daarna door naar de opstapplek van het zomerkamp waar zij iedere dag naartoe is, deze week. Die euro had ze in haar broekzak zitten, ik heb hem daarna niet meer gezien en er niet naar gevraagd. Ik wacht af. Mijn voorspelling is dat hij straks teruggevonden wordt in de wasmachine.

Jan van Mersbergen