De kracht van een boom voelde ik toen ik de stam vastpakte. Het was een boom met een relatief dunne stam, ik stond tussen reuzen van populieren, dikke wilgen, enorme essen en ook een noot van zeker twintig meter hoog. Dit was een boompje. Een polsstok. Mijn hand omsloot de stam volledig, duim en wijsvinger raakten elkaar, alsof ik een dikke bezemsteel vast had. Maar sterk dat dit boompje was, dat voelde ik meteen. Ik bewoog de boom een stukje heen en weer, boven me ritselden de bladeren en dunne takjes maar aan de voet van de boom bewoog niks, daar zat de boom muurvast in de grond. Dat verschil vind ik zo mooi. Op een meter hoogte een beetje speling maar vooral weerstand. Boven me, in de lucht, flexibel zodat de boom kan meebewegen in de wind. Aan de grond onwrikbaar, want omwaaien is geen optie. Geworteld, letterlijk. Die kracht op een meter hoogte van een boompje dat op het eerste gezicht niks voor lijkt te stellen, maar de handdruk was stevig. Hij kneep terug.

Jan van Mersbergen