Geschiedenis is moeilijk. Geschiedenis gaat langzaam. Hedendaagse strijd gaat veel sneller. Hedendaagse strijd kan niet snel genoeg gaan.
Mensen die strijden tegen racisme en het koloniale verleden en onderdrukking willen dat de namen van Nederlandse scheepshelden uit het straatbeeld verdwijnen, bijvoorbeeld de Piet Heintunnel of Coentunnel. Toepasselijk wel, tunnels de naam geven van volkshelden met een dubbele status, want volgens mij begrijpt inmiddels iedereen wel dat onze koloniale tijd niet alleen om te juichen is, verre van.
Feministes die weinig namen van vrouwen op straatnaambordjes zien willen graag dat ook op dat vlak de man-vrouwverhoudingen gelijk getrokken worden en brachten alternatieve straatnaambordjes aan.
Van de Dam maakten ze Dame. Dat vond ik wel grappig. Effectief ook, want dam is een mannelijk woord, en dame vrouwelijk.
Het Rokin werd de Beyoncé boulevard. Klinkt goed, maar het is niet slim om straten te vernoemen naar mensen die nog leven. Je weet nooit wat voor rottigheid ze nog uit gaan halen.
Toch zette de actie me aan het denken. Welke straatnamen vernoemd naar vrouwen in Amsterdam ken ik?
Ik ken de Emmalaan. Ik ken de Charlotte de Bourbonstraat, dat klinkt sjiek. Dat was de dochter van Lodewijk III. Mijn Gamma ligt aan de Aletta Jacobslaan. Jacobs was arts en feministe, dan is een laan, of eigenlijk een brede straat in Nieuw West, met een bouwmarkt een leuk idee.
De Henriëtte Ronnerstraat. Die zit ingeklemd tussen allerlei mannelijke schilders. Ik vraag me af of de feministen weten wie Henriëtte Ronner was. Ze schilderde voornamelijk katten.
Erg veel zijn het er echter niet. Dat is op zich logisch. Buurten waarin alle straten naar schilders uit de zeventiende eeuw zijn vernoemd kennen voornamelijk namen van mannen. Zelfde geldt voor componisten, politici, verzetsstrijders, schrijvers. Alleen buurten met verwijzingen naar het koningshuis komen er relatief goed vanaf. Dat waren toen de verhoudingen, dat is de geschiedenis. Pijnlijke geschiedenis, maar het is helaas niet anders.
Op de afdeling 17e-eeuwse kunst in het Rijksmuseum hangen veel meer schilderijen van mannen dan van vrouwen. Gelukkig kan zoiets rechtgetrokken worden, want in moderne musea zijn die verhoudingen inmiddels anders. Ook in de politiek en onder verzetsstrijders en schrijvers zijn die verhoudingen nu anders.
Maar moet je de geschiedenis herschrijven? Moet je het gelijkheidsbeginsel dat er gelukkig nu is, maar dat er pas sinds kort is, inzetten om te laten zien dat we wensen dat het vroeger ook zo was? Ik denk dat juist die straatnamen van enkel mannennamen een motief zijn om de gelijkheid te blijven bevechten. Geen man is trouwens trots op die overdaad aan straatnamen. Complete wijken vernoemd naar vrouwen, het gaat allemaal komen, maar een vooroorlogse policitibuurt of een 17e-eeuwse schildersbuurt kan helaas alleen een buurt zijn met mannennamen.

Jan van Mersbergen