Nu hij meer woordjes uit kan spreken, en ook langere woorden, soms wel van vier lettergrepen, verandert de wereld om hem heen in een enigszins te begrijpen wereld, als hij het over die wereld heeft.
Af-was bor-stel, zei hij laatst, zittend op het aanrecht, met dat groene ding in zijn hand. Hij oefende, met zijn mama. De woorden gingen schokkerig, alsof ze niet bij elkaar horen, maar hij begreep wel de combinatie.
Toen ik met hem naar de dierentuin fietste – daar doe ik tegenwoordig bijna drie kwartier over en als ik daar aankom kan ik meteen een flesje water leegdrinken – zei hij steeds: Dier tuin. Los van elkaar. Ook geen meervoud van dieren, dat maakt hem niks uit.
In Artis zagen we een krokodil, een olifant en een giraffe, en al die dieren kon hij bij naam noemen, ook al leken het soms twee namen.
Soms voegde hij er nog iets aan toe. De oli fant was een mama oli fant. Er was ook een papa en een kleine.
Bij de vissen waren er ook grote en kleine vissen.
Een jongen van bijna twee in die ontwikkeling zien, daar is de dierentuin voor. Je ziet hem stappen maken, die dierentuin is al honderd jaar hetzelfde, ook al kun je tegenwoordig door het water lopen als Mozes door de Rode zee en zien de meeste dierverblijven er veel beter uit dan toen ik net in Amsterdam kwam wonen en we soms aan de Middenweg over het hek klommen om de dieren te zien die ’s nachts nog net zo actief waren als wij, studenten.
Het zichtbaar maken van zijn ontwikkeling aan de hand van tijdsfasen, daarmee betaalt het abonnement van Artis zich uit.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen