Toen ik de kleedkamer binnenkwam lagen er vier tomaten op de grote tafel, in iedere tomaat was een mes gestoken. De theatergroep die de hele week in de zaal werkte vond dat het theater niet goed meedeed. De technicus die bij de technische doorloop zou zijn, de avond voor de eerste voorstelling, deed niet wat zij wilden. De barman deed niet wat zij wilden. Niemand deed wat zij wilden. Het eeuwige spanningsveld tussen theater en groep, tussen het huis en de gasten.
Deze groep werd geleid door een erg talentvolle regisseur die oorspronkelijk uit IJsland kwam. Ze studeerde dat jaar af aan de theaterschool in Amsterdam. Ze had een mooie groep acteurs om zich heen verzameld. Als theater deed je extra je best voor dit type groepen, dan komen ze graag terug. Deze groep kwam nooit meer terug.
Het was een theatraal gebaar, die vermoordde tomaten, maar ook was het duidelijk. Ik zei tegen de regisseur dat ze aan hun voorstelling moesten werken en dat ik ook wel wist dat niet al het personeel even gemotiveerd was. We werkten met mensen in een Melkertbaan, dus in ons personeelsbestand zaten minstens evenveel patiënten als in welke willekeurige theatergroep dan ook, maar daar hoeft zo’n regisseur geen voorstelling van te maken, en ook geen scène. Dus ik zei: Speel dat stuk en vraag wat je nodig hebt, maar geen theater buiten de voorstelling.
Dat begreep ze wel. Vroeg in de middag deden ze nog een snelle doorloop met alleen de tekst. Geen techniek nodig. Aan het einde van de middag was er een andere technicus, die draaide de laatste doorloop. Die avond was de eerste voorstelling. Na die voorstelling was alles weer goed. Dat gebeurde altijd in de aanloop naar zo’n spannend moment als een première. Regisseur, acteurs, productieleider, aanhang, publiek, vriendjes van school, iedereen was hyper, maar als de voorstelling eenmaal voorbij was en de bloemen waren uit de emmer en de bar was geopend, dan werd er veel gehuild en gelachen, dan plakte iedereen bij elkaar in een groot klef feest, zelfs de acteurs en actrices die tijdens het repeteren verliefd op elkaar waren geworden maar die vonk geen vervolg konden geven.
Werk je in zo’n setting, dan is het zaak dienstbaar en duidelijk te zijn en alles goed te regelen. Tijden, sleutels, locaties, drankjes pakken tijdens de repetities, technici en hun taken. Als de groep weet wat wij doen, dan weten ze ook wat wij niet doen. Binnenshuis was het ook veel regelwerk, maar vooral ook motivatiewerk. De meeste technici konden die lampen wel ophangen en aansluiten en een licht- en geluidsplan uitvoeren, goeiemorgen zeggen en de mensen van de groep die op de eerste dag kwamen opbouwen een bakkie koffie geven deden ze bijna nooit uit zichzelf. En dan begin je slecht. Giet die mensen vol met koffie en vertel waar ze broodjes kunnen halen, dan rolt de week zo voorbij.
Het mooiste moment was toch iedere keer het openen van de zaaldeuren, het publiek dat langzaam binnenkomt, gaat zitten, het wachten, en dan het doven van het licht. Net even die paar seconden duisternis voor een voorstelling. Dat was een reset. Even alles op nul, en beginnen. Dan speelde niks meer van die hele week. Dan was er alleen nog het grote kunstwerk waaraan zo hard door iedereen gewerkt was. Een voorstelling die ik dan al weet ik hoeveel keer had gezien. Dus in dat donker en tijdens die voorstelling kon ik denken aan het boek dat ik in die tijd al in mijn hoofd had, maar dat er alleen nog niet was.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen